Veelgestelde vragen

We hebben de meest gestelde vragen en antwoorden voor u op een rij gezet. Het gaat om juridische vragen en antwoorden in situaties op het werk, in het verkeer, bij letselschade en over wonen. Aan de rechterkant van deze pagina kiest u de rubriek.

Overzicht veelgestelde vragen

  • De eindafrekening van de energiemaatschappij is veel hoger dan anders. Wat kan ik doen?
  • Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ga eerst na of de meterstanden die het energiebedrijf gebruikt, opgemeten of geschat zijn.

    Zijn de standen geschat?
    Dan kunt u een correctie aanvragen. Dit doet het energiebedrijf alleen als het verschil tussen de werkelijke en de geschatte standen erg groot is.

    Zijn de werkelijke standen gebruikt, maar is het verbruik veel hoger dan anders?
    Dan is er misschien iets mis met uw meter. Vaak biedt de energieleverancier de mogelijkheid om de meter na te laten kijken. De meter kan ook geijkt worden om te controleren of het daadwerkelijke verbruik en het verbruik volgens de meter overeenkomen.

    Is er geen oorzaak aan te wijzen voor het verschil in verbruik?
    Als de meter goed functioneert en de standen kloppen dan zult u helaas de rekening moeten betalen.

    Netwerkbeheerder of energiebedrijf aanspreken?
    Sinds 1 augustus 2013 krijgt de kleinzakelijke gebruiker 1 gecombineerde rekening van de energieleverancier, waarop dus ook de kosten van de netwerkbeheerder verwerkt zijn. Heeft u vragen over de rekening? Dan dient u zich te wenden tot de energieleverancier. Dus ook voor vragen over de meterstanden en netwerkkosten op de energierekening. De netwerkbeheerder blijft uw aanspreekpunt voor de aansluiting, storingsmeldingen en de meetinstallatie. Grootzakelijke klanten zullen zich voor meterstanden en netwerkkosten tot de netwerkbeheerder moeten richten.

  • Een door u verkocht product is kapot gegaan. Moet u kosteloos repareren?
  • U verkoopt als detailhandelaar (keuken-) apparatuur aan consumenten. Binnen 4 maanden na aankoop staat de consument in uw winkel omdat de door u verkochte oven niet meer werkt. Moet u kosteloos repareren?

    In de meeste gevallen moet u kosteloos repareren. Voor wat betreft consumentenkoop is in de wet het vermoeden opgenomen dat een gebrek dat ontstaat binnen 6 maanden na aankoop, al aanwezig moet zijn geweest op het moment van die aankoop. De consument hoeft alleen maar aan te tonen dat de oven niet (meer) aan de overeenkomst voldoet. Als de oven niet meer werkt zoals het hoort dan is het bewijs van een gebrek geleverd. Meestal betekent dit dat u de oven kosteloos moet repareren. 

    Is reparatie niet mogelijk?
    Dan moet u de oven voor uw rekening vervangen.

    Kunt u aantonen dat onjuist gebruik de oorzaak is van het gebrek?
    Dan hoeft u de oven niet te repareren of te vervangen. Het feit dat de wet spreekt van een vermoeden dat het gebrek al aanwezig was ten tijde van de levering maakt dat u dit zou kunnen weerleggen. Bijvoorbeeld als uw klant de oven verkeerd heeft gebruikt of heeft laten vallen. Dit tegenbewijs is wel vaak moeilijk te leveren. In de praktijk komt het er daarom vaak op neer dat u de oven kosteloos herstelt of vervangt. 

  • Hoe verloopt het re-integratie traject van een langdurig zieke werknemer?
  • Een werknemer meldt zich ziek en is voor langere tijd arbeidsongeschikt. Als werkgever start u dan meestal een re-integratietraject. Tijdens dit traject spannen u, de arbo-arts als u die heeft én uw werknemer zich samen in om de werknemer weer snel en verantwoord aan het werk te krijgen. Een re-integratietraject is niet vrijblijvend: uw werknemer is verplicht om hieraan mee te werken.

    Het re-integratietraject kent de volgende fases:

    • Uw werknemer wordt ziek
    • Uw werknemer meldt zich ziek
    • U brengt binnen zeven dagen de arbo-arts (bedrijfsarts) als u die heeft op de hoogte van de arbeidsongeschiktheid van uw werknemer.

    Voordat er zes weken verstreken zijn, beoordeelt de bedrijfsarts of er sprake is van (mogelijk) langdurig ziekteverzuim. Deze beoordeling baseert de arts vooral op de gegevens die u en uw werknemer aanleveren.

    Is er sprake van langdurig ziekteverzuim? Dan kent het re-integratietraject een aantal fases. Belangrijke informatie over hoe dit traject verloopt, leest u in het document re-integratietraject bij langdurige ziekte.


  • Ik heb een bedrijfsauto gekocht die niet goed blijkt. Wat kan ik doen?
  • U koopt van een officiële dealer een tweedehandse bedrijfsauto uit 2010. Al vrij snel na aankoop hebt u een aantal problemen: de airconditioning werkt niet en de distributieriem moet na een korte tijd vervangen worden. Bij aankoop is u toegezegd dat het een goede auto is, maar daar hebt u nu sterk uw twijfels over. Welke acties kunt u ondernemen om ervoor te zorgen dat de auto kosteloos gerepareerd wordt?

    Wat zegt de koopovereenkomst?
    Een koopovereenkomst kunt u mondeling of schriftelijk sluiten. Een mondelinge overeenkomst heeft het nadeel dat er vaak geen bewijs is van wat partijen precies zijn overeengekomen. In de schriftelijke overeenkomst staat meestal de prijs, het object van de koop en de datum van aflevering.

    Wat mag u redelijkerwijs verwachten?
    In de wet is bepaald dat het object van de koop moet beantwoorden aan de overeenkomst. Het object beantwoordt niet aan de overeenkomst als het niet die eigenschappen bezit die u redelijkerwijs mocht verwachten. Voldoet het object niet aan deze eigenschappen dan wordt gesproken van ‘non-conformiteit’. Wat u mag verwachten is niet altijd even gemakkelijk te bepalen. Dit hangt af van tal van factoren. U kunt daarbij onder andere denken aan de ouderdom van het voertuig, de betaalde prijs en garantiebepalingen. 

    Wat staat in de Algemene voorwaarden?
    Ook hanteren professionele partijen meestal algemene voorwaarden. Als deze voorwaarden bij de koop zijn overhandigd, zijn de voorwaarden in beginsel geldig. Het is raadzaam om de inhoud van de algemene voorwaarden goed te bekijken. Vaak worden clausules in algemene voorwaarden door de verkoper gebruikt om aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk uit te sluiten. Dit soort clausules worden ‘exoneratieclausules’ genoemd. Het bestaan van een dergelijke clausule in uw koopovereenkomst of in de algemene voorwaarden kan ervoor zorgen dat u geen recht hebt op herstel van de gebreken. Hierbij is het nog van belang om op te merken dat u als bedrijf soms dezelfde bescherming toekomt die een consument heeft. Consumenten worden door de wet beschermd tegen o.a onredelijke bedingen in algemene voorwaarden omdat het bedrijf ten opzichte van de consument een sterke positie heeft. De wet kent voor consumenten een zwarte en grijze lijst waarin bedingen staan die nooit (zwarte lijst) en meestal niet (grijze lijst) gebruikt mogen worden in algemene voorwaarden. Onder bepaalde omstandigheden kan een kleine onderneming ook een beroep doen op deze zwarte en grijze lijst. Dit wordt reflexwerking genoemd. Om in aanmerking te komen voor een beroep op de reflexwerking is bijvoorbeeld de omvang van uw bedrijf en de omvang van het bedrijf van de verkoper van belang. Ook wordt meegenomen of de overeenkomst waar het geschil op zit binnen uw professionele werkgebied valt. Een rechter zal alle omstandigheden van het geval meewegen om te bepalen of u reflexwerking toekomt.

    Kunt u bewijzen dat sprake is van een gebrek?
    Het is aan u als koper om te bewijzen dat er sprake is van een gebrek. Onderhoud of vervanging van onderdelen als gevolg van normale slijtage is bijvoorbeeld geen gebrek. Dit is inherent aan het gebruik van een voertuig.

    Ga het gesprek aan
    Wat kunt u nu het beste doen als de verkoper weigert om de gebreken aan het motorvoertuig kosteloos te herstellen? Op de eerste plaats is het advies om met de verkoper een gesprek aan te gaan. Leg uit waarom u van mening bent dat de verkoper tekort schiet. U kunt proberen om in goed onderling overleg tot een oplossing te komen. Dit heeft absoluut de voorkeur. Wacht hier niet te lang mee. In de wet is bepaald dat u binnen bekwame tijd nadat u het gebrek hebt ontdekt of redelijkerwijs had kunnen ontdekken dit moet melden aan de verkoper. Leg een eventuele afspraak schriftelijk vast.

    Werkt dit niet? Dan is er de Ingebrekestelling
    Het kan zijn dat de verkoper alsnog weigert om de eventuele gebreken aan het voertuig kosteloos te herstellen. Indien het gebrek valt te herstellen, is het van belang dat u de verkoper schriftelijk de mogelijkheid geeft om het voertuig alsnog te leveren of het gebrek binnen een redelijke termijn te repareren. Een dergelijke brief heet een ‘ingebrekestelling’. U kunt hiervoor een termijn van 14 dagen aanhouden. Het advies is om deze brief per gewone en aangetekende post te versturen. In dat geval kunt u later bewijzen dat u de brief hebt verzonden. Een voorbeeldbrief vindt u hier.

    Is er onherstelbare schade?
    Het kan natuurlijk ook zijn dat het gebrek niet te herstellen is. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan een onjuiste kilometerstand of een voertuig dat een ernstige schade heeft gehad. Dan heeft het geen zin om de verkoper te verzoeken om het gebrek te repareren. In dat geval kunt u wederom het beste een (aangetekende) brief sturen aan de verkoper. In de brief verzoekt u niet om de zaak te herstellen, dit is immers niet meer mogelijk. U heeft wel de mogelijkheid om vervanging te vorderen. Het probleem met vervanging van een tweedehands auto is dat de verkoper meestal geen ander voertuig heeft staan die vergelijkbaar is qua kilometerstand, bouwjaar, merk, type enz. U hebt ook de mogelijkheid om een vervangende schadevergoeding of een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst te vorderen. In het geval van een teruggedraaide kilometerstand kunt u een vergoeding of ontbinding vorderen ter hoogte van het bedrag dat u teveel betaald heeft omdat de kilometerstand was teruggedraaid. U kunt ook volledige ontbinding van de overeenkomst vorderen. Overigens stelt de wet wel dat het gebrek de ontbinding moet rechtvaardigen. Het is dus de vraag of het gebrek aan de auto voldoende is om de volledige ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. De verkoper moet aanvoeren dat het gebrek de volledige ontbinding niet rechtvaardigt. Hierbij dient gekeken te worden naar alle omstandigheden van het geval. Hoe groot is de waardevermindering die het gevolg is van het gebrek ten opzichte van de waarde van de auto? Wat voor soort gebrek betreft het? Zo zal een veiligheidsgebrek eerder een volledige ontbinding rechtvaardigen dan een gebrek wat geen consequenties heeft voor de veiligheid.

    De volgende stap: een juridische procedure
    Het kan gebeuren dat de verkoper niet aan uw verzoek voldoet of weigert om te reageren. In dat geval lijkt een juridische procedure onafwendbaar. U kunt in dat geval het beste een jurist raadplegen, zoals uw rechtsbijstandverzekeraar, een deurwaarder of een advocaat.

  • Ik heb een defecte printer. Wie betaalt de reparatiekosten?
  • U hebt een drukkerij en bijna anderhalf jaar geleden twee nieuwe printers aangeschaft. Sinds een paar maanden functioneert één van die printers niet meer naar behoren. De kwaliteit van de kleuren is soms minder en enkele opdrachten moesten opnieuw uitgevoerd worden. De printer moet dus gerepareerd worden. Wie gaat dat betalen?

    U meldt het technische probleem eerst bij de verkoper van de printer met de vraag of hij de printer wil onderzoeken en zo nodig herstellen. Dit bedrijf stelt dat u de kosten zult moeten betalen, omdat de garantieperiode van één jaar al enkele maanden verstreken is. Bovendien stelt het verkoopbedrijf dat de storing het gevolg is van verkeerd gebruik. U bent het hier niet mee eens. Wat kunt u dan doen?

    Stel de andere partij in gebreke
    Het uitgangspunt van de wet is dat u recht heeft op een product dat aan de overeenkomst beantwoordt. De printer moet de eigenschappen bezitten die u op basis van de overeenkomst mag verwachten en die voor normaal gebruik (of bijzonder gebruik als dat in de overeenkomst is beschreven) van de printer noodzakelijk is. Een schriftelijke garantie zegt iets over de verwachtingen die u mag hebben van de printer.

    U kunt het herstel vorderen door het sturen van een ingebrekestelling waarin u de wederpartij een termijn geeft (meestal 2 weken) waarin het gebrek verholpen moet worden. Een voorbeeldbrief van een ‘ingebrekestelling’ vindt u hier. Doet de wederpartij dit niet dan kunt u ervoor kiezen een derde in te schakelen waarvan u de kosten op de verkoper verhaalt. Let op: als u een opdracht tot herstel verstrekt aan een derde, dient u de kosten altijd eerst zelf te dragen. Daarna is het zaak om de kosten te verhalen.

    Geldt de garantie?
    In dit geval verweert de verkoper zich door te stellen dat de garantietermijn verstreken is en dat er onjuist gebruik is gemaakt van de printer. Als er aan de garantiebepaling een duur van 12 maanden is verbonden en die termijn verstreken is, kunt u daar geen beroep meer op doen.

    Wat mag u verwachten van het product?
    Los van de garantie is het mogelijk dat u meer mocht verwachten en daarom alsnog herstel door de wederpartij kunt vorderen. Zoals eerder aangegeven hebt u recht op een product dat aan de overeenkomst beantwoordt. Daartoe kan ook een bepaalde levensduur gerekend worden. Het is echter mogelijk dat de verkoper in de overeenkomst of algemene voorwaarden bepalingen heeft opgenomen die zijn aansprakelijkheid voor gebreken aan de printers beperken of uitsluiten. Zo’n soort bepaling wordt een ‘exoneratieclausule’ genoemd. Het bestaan van een dergelijke clausule in uw koopovereenkomst of in de algemene voorwaarden kan ervoor zorgen dat u geen recht hebt op herstel van de gebreken.

    Is sprake van een onredelijk beding?
    Hierbij is het van belang dat u als bedrijf soms dezelfde bescherming heeft als van een consument. Consumenten worden door de wet beschermd tegen o.a onredelijke bedingen in algemene voorwaarden omdat het bedrijf ten opzichte van de consument een sterkere positie heeft. De wet kent voor consumenten een zwarte en grijze lijst waarin bedingen staan die nooit (zwarte lijst) en meestal niet (grijze lijst) gebruikt mogen worden in algemene voorwaarden. Onder bepaalde omstandigheden kan een kleine onderneming ook een beroep doen op deze zwarte en grijze lijst. Dit wordt ‘reflexwerking’ genoemd. Om in aanmerking te komen voor een beroep op de reflexwerking is bijvoorbeeld de omvang van uw bedrijf en de omvang van het bedrijf van de verkoper van belang. Ook wordt meegenomen of de overeenkomst waar het geschil op zit binnen uw professionele werkgebied valt. Een rechter zal alle omstandigheden van het geval meewegen om te bepalen of u reflexwerking toekomt.

    Expert inschakelen?
    De vraag of sprake is van verkeerd gebruik kan het beste door een onafhankelijke expert worden beantwoord. Nu de verkoper stelt dat u verkeerd gebruikt hebt gemaakt van de printer zal de verkoper dat moeten bewijzen. Vaak betekent dat een onderbouwing door een expert. Als u het met dit oordeel niet eens bent kunt u een eigen expert inschakelen om het tegendeel te bewijzen (contra expertise).

    Tips bij het aangaan van een overeenkomst
    Bij het aangaan van de overeenkomst is het goed om te kijken naar de garantiebepalingen. Wat is de duur van de garantie en waarop wordt garantie gegeven? Ook moeten de overeenkomst en algemene voorwaarden gecheckt worden op exoneratieclausules. Let er op dat de exoneratieclausules niet de garantievoorwaarden doorkruisen. Vraag om aanpassing van de voorwaarden op het moment dat de exoneratieclausules wel de garantievoorwaarden beperken.

    Let wel: uitgangspunt van de wet is de contractsvrijheid en in beginsel staat het bedrijven vrij om in overeenkomsten met andere bedrijven aansprakelijkheden volledig of gedeeltelijk uit te sluiten. Het niet akkoord gaan met exoneratieclausules kan het niet doorgaan van de overeenkomst betekenen. Schakel daarom vooraf een jurist in die u op de hoogte kan brengen van de risico’s van aanwezige exoneratieclausules. Dit kunt u mee laten wegen in het al dan niet aanvaarden van de overeenkomst.

    Een jurist helpt u verder
    Komt u er samen met de verkoper niet uit dan is het zaak om een jurist in te schakelen om u verder bij te staan.

  • Ik heb een hoorzitting. Mag ik iemand meenemen?
  • Dat ligt eraan. Meestal gaat het om een hoorzitting bij de gemeente. Bijvoorbeeld omdat iemand een omgevingsvergunning heeft gekregen om iets te bouwen en iemand anders daartegen een bezwaarschrift heeft ingediend. Tijdens een hoorzitting worden de bezwaren mondeling behandeld. De persoon die over de bezwaren beslist kan dan vragen stellen aan de betrokkenen. Soms wordt dat overgelaten aan een onafhankelijke adviescommissie. Ook krijgen de betrokkenen de gelegenheid om hun standpunt toe te lichten. 

    Het is over het algemeen aan te raden naar een hoorzitting toe te gaan. Daarbij kunt u altijd iemand meenemen. Wilt u iemand namens u het woord laten doen? Dan is het verstandig dit van te voren schriftelijk te laten weten bij de gemeente. Als u alleen iemand mee wil nemen voor de emotionele steun, dan hoeft u dat van te voren niet te melden. Let op: wilt u een uitgebreide schriftelijke toelichting indienen? Dan kan dat tot uiterlijk tien dagen voor de hoorzitting.

    Als u een rechtsbijstandverzekering heeft, dan adviseren wij u om uw zaak te melden. U kunt dan in overleg met uw jurist bepalen of het verstandig is om (al dan niet samen) naar de hoorzitting te gaan.

  • Ik heb een overeenkomst met een bedrijf dat nu failliet is. Wat nu?
  • Ik heb een overeenkomst met een bedrijf, dat voor de levering van het product failliet is gegaan. Krijg ik mijn geld terug?

    Allereerst meldt u zich bij de curator van het failliete bedrijf. De curator is vanaf het faillissement de beheerder van de failliete boedel. Er zijn dan een aantal mogelijkheden:

    De curator wil de overeenkomst nakomen
    In dat geval krijgt uw bedrijf het product tegen betaling van de afgesproken prijs.

    De curator wil de overeenkomst niet nakomen
    In dat geval kunt u alleen teruggave van uw geld eisen bij de curator. U moet daarbij bewijzen wanneer u de betaling hebt gedaan. De curator betaalt eerst schuldeisers die voorrang hebben, bijvoorbeeld de Belastingdienst. Nadat deze schuldeisers zijn betaald, is de praktijk vaak dat niet veel meer over is. Blijft wel geld over, dan wordt dit verdeeld onder alle overige schuldeisers, waaronder u.

    Hulpdocumenten
    Wilt u een verzoek indienen om de overeenkomst na te komen? Of wilt u opgenomen worden als schuldeiser in het faillissement? Dan kunt u de voorbeeldbrief nakoming overeenkomst na faillissement gebruiken.

  • Mag ik veranderingen aanbrengen in een huurpand?
  • Veel ondernemers werken vanuit een gehuurd pand. Soms voldoet dit pand aan de eisen die de ondernemer hieraan stelt. Vaak ook niet. Mag een ondernemer in dat geval, al dan niet met instemming van de verhuurder, aanpassingen in het huurpand aanbrengen? En welke mogelijkheden heeft de ondernemer als de verhuurder dwarsligt of (onredelijke) voorwaarden stelt?

    Uitgangspunt: overeenkomst met verhuurder
    De wet geeft regels over het aanbrengen van veranderingen aan het huurpand die gelden op het moment dat er tussen de huurder en de verhuurder geen afwijkende afspraken zijn gemaakt. Van deze wettelijke regels kan niet in het nadeel van de huurder worden afgeweken. Dit is anders voor wijzigingen aan de buitenzijde van het gehuurde. Verhuurder kan veranderingen aan de buitenzijde aan het gehuurde contractueel verbieden. Soms kan dit verbod worden doorbroken door bijvoorbeeld een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit is bijvoorbeeld mogelijk als er door een verbod tot wijziging aan de buitenzijde van het gehuurde geen schotelantenne kan worden aangebracht. Met een beroep op de ‘vrije nieuwsgaring’ kan dan alsnog een wijziging aan de buitenzijde van het gehuurde gerealiseerd worden.

    De huurder heeft toestemming van de verhuurder nodig voor het aanbrengen van wijzigingen aan de binnenzijde van het gehuurde. De toestemming is op grond van de wet niet nodig voor kleine aanpassingen die aan het einde van de huurperiode vrij gemakkelijk en tegen geringe kosten weer ongedaan te maken zijn (bijvoorbeeld wandspiegels die met schroeven in de muur bevestigd zijn waarvan de gaten dichtgemaakt moeten worden). In de overeenkomst kan van deze bepaling niet worden afgeweken. In de bepaling over verwijdering van zaken bij het einde van de overeenkomst kan de huurder wel worden verplicht deze zaken bij het einde van de overeenkomst te verwijderen.

    Casco huur of huur met voorzieningen?
    De huurovereenkomst gaat uit van casco huur of huur met voorzieningen. Casco huur betekent dat u enkel de kale bedrijfsruimte huurt. De (noodzakelijke) voorzieningen zoals een CV installatie moeten dan door de huurder aangeschaft en onderhouden worden. In zo’n geval is het belangrijk om bij het aangaan van de huurperiode met de verhuurder af te spreken wat er bij einde van de huurovereenkomst met deze voorzieningen gebeurt. Ook wanneer u inclusief voorzieningen huurt is het mogelijk dat in het proces verbaal van oplevering installaties zijn aangewezen die voor risico van de huurder komen.

    Grotere aanpassingen en een onwillige verhuurder
    Heeft de huurder de wens om grotere aanpassingen te doen en geeft de verhuurder geen toestemming? Dan kan de huurder de rechter vragen om een vervangende machtiging om deze wijzigingen aan te mogen brengen. De rechter geeft deze toestemming (in tegenstelling tot bij wijziging van woonruimte waarbij de rechter deze machtiging bij objectieve verbeteringen moet verstrekken) als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: (1) De veranderingen zijn noodzakelijk voor doelmatig gebruik van het gehuurde en verhogen het gebruiksgenot; (2) De belangen van de huurder moeten opwegen tegen de belangen van de verhuurder.

    De rechter kan een voorwaarde of last aan deze toestemming verbinden. Te denken valt daarbij aan een verhoging van de bankgarantie, het laten uitvoeren van het werk door een deskundige en het verwijderen van deze wijzigingen bij het einde van de huurovereenkomst.

    Kortom:
    (1)
    Er moet altijd toestemming worden gevraagd betreffende wijzigingen aan het gehuurde die groter zijn dan wijzigingen die zonder noemenswaardige kosten verwijderd kunnen worden. (2) Geeft de verhuurder geen toestemming en komt u er samen niet uit, dan kunt u overwegen het verzoek voor te leggen aan de rechter. (3) Heeft u een rechtsbijstandverzekering, neemt u dan contact op met uw verzekeraar over de mogelijkheden.

  • Mijn accountant doet te laat aangifte. Wat kan ik doen?
  • Uw accountant verzorgt de aangifte voor uw bedrijf. Helaas ontvangt de Belastingdienst de aangifte niet tijdig en is geen uitstel aangevraagd. Hierdoor lijdt u schade. Wat kunt u doen?

    Allereerst moet vast staan dat de aangifte te laat is ontvangen. Hierover ontvangt u bericht van de Belastingdienst. De Belastingdienst bepaalt of er een boete wordt opgelegd en zo ja, hoe hoog deze boete is. Tegen de boete kunt u een bezwaar- en beroepsprocedure doorlopen. Als dit negatief wordt beoordeeld, wat zijn dan nog uw mogelijkheden? 

    Op grond van het verbintenissenrecht kunt u een civiele schade claimen. De accountant heeft als plicht om tegen betaling door u de aangifte tijdig en correct voor u in te dienen. Doet hij dit niet, dan is er sprake van een toerekenbare tekortkoming (wanprestatie) en kunt u de schade die hieruit voortvloeit claimen. De schade dient door u te worden aangetoond en gespecificeerd. Dat kunt u in dit geval doen door de opgelegde boete te laten zien..

    Om de schade te claimen dient u de accountant een ingebrekestelling met daarin een aansprakelijkstelling te sturen per gewone en aangetekende post. U verzoekt hierin om de schade te vergoeden binnen een gestelde termijn. Voldoet de accountant hier niet aan? Dan kunt u de zaak aan de rechter voorleggen met een dagvaarding.

  • Mijn bedrijf wil een telefoonabonnement opzeggen. Waar dien ik rekening mee te houden?
  • Bij het beëindigen van een abonnement dient u tijdig en bij voorkeur aangetekend op te zeggen. Doe dit voor het einde van de afgesproken periode in uw contract. Let hierbij op de opzegtermijn. De opzegtermijn is meestal vermeld in de algemene voorwaarden.

    Wilt u uw abonnement opzeggen voor de einddatum?
    Dan moet u in de meeste gevallen wel het abonnementsgeld over de hele abonnementsperiode betalen.

    Zegt u uw abonnement niet op voor de einddatum?
    Het abonnement wordt zonder uw uitdrukkelijke toestemming voortgezet. Dit heet stilzwijgende verlenging. Na deze stilzwijgende verlenging geldt voor consumenten een opzegtermijn van maximaal 1 maand. Dit geldt sinds 1 juli 2009 voor alle mobiele en vaste telefonie abonnementen tussen consumenten en bedrijven.

    Voor kleine ondernemers: mogelijk om een beroep te doen op de opzegtermijn?
    Onder bepaalde omstandigheden (overleg deze met een jurist) kan een kleine onderneming een beroep doen op de opzegtermijn van 1 maand. Dit kan nadat de einddatum van het eerste contract voorbij is. Dit wordt ‘reflexwerking’* genoemd. Om in aanmerking te komen voor een beroep op de reflexwerking is bijvoorbeeld van belang:

    1. de omvang van uw bedrijf en
    2. de omvang van het bedrijf van de verkoper. 

    Om in aanmerking te komen voor reflexwerking moet u aantonen dat uw positie ten opzichte van uw wederpartij feitelijk niet zoveel verschilt van de positie van een consument ten opzichte van een bedrijf. In deze beoordeling wordt ook meegenomen of de overeenkomst waar het geschil om gaat binnen uw professionele werkgebied valt. Mocht het tot een procedure komen, dan zal een rechter alle omstandigheden van de zaak meewegen om te bepalen of u reflexwerking toekomt.

    * Reflexwerking is de toepassing van een wet of regel op personen voor wie de regel oorspronkelijk niet was bedoeld. Bijvoorbeeld een wet die niet geldt voor een bedrijf dat minder dan 10 werknemers in dienst heeft.

  • Mijn werknemer wil zijn arbeidscontract opzeggen. Wat geldt voor de opzegtermijn?
  • De opzegtermijn die u met uw werknemer afspreekt is afhankelijk van de wet, de cao en de arbeidsovereenkomst. De wettelijke opzegtermijn voor een werknemer is één maand. In de arbeidsovereenkomst kunt u hiervan afwijken. Een opzegtermijn voor de werknemer mag niet langer zijn dan zes maanden. De opzegtermijn vanuit u moet echter wel minstens het dubbele zijn van de opzegtermijn van de werknemer. In uw cao kunt u een kortere termijn opnemen dan deze verdubbelde opzegtermijn. De termijn mag echter nooit korter zijn dan die voor de werknemer.

    Arbeidsovereenkomst opzeggen
    Een werknemer kan de arbeidsovereenkomst schriftelijk én mondeling opzeggen. Opzeggen kan in principe elke dag. De opzegging gaat echter in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin opgezegd is. Bijvoorbeeld: een werknemer zegt het arbeidscontract op 3 maart op. Dan gaat de opzegtermijn in op de eerste dag van april. Met inachtneming van een maand opzegtermijn eindigt het arbeidscontract dan op 30 april.


  • Onze bedrijfscomputer werkt niet goed. Dien ik dit te melden bij de verkoper of bij de leverancier van de verkoper?
  • De verkoper is uw eerste aanspreekpunt. Met hem heeft u de koop gesloten. Hij moet voor een oplossing zorgen. Hij mag u voor de reparatie wel direct doorverwijzen naar de leverancier, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de afwikkeling daarvan.

    Wat als de leverancier de computer niet of niet goed heeft gerepareerd?
    Dan zijn de gevolgen daarvan voor de verkoper. Hebt u een computer of een ander product gekocht dat niet goed werkt? Stuurt u dan een zogenaamde ingebrekestelling aan de verkoper. Let op: zorg wel dat u het gebrek binnen ‘bekwame’ (dat betekent: korte) tijd na het ontdekken daarvan meldt aan de verkoper. Om een discussie over de meldtermijn te voorkomen is het verstandig om dit binnen 2 maanden na ontdekking van het gebrek te doen. Doe dat vooral schriftelijk of per e-mail, zodat u later zo nodig kunt aantonen dat u op tijdig klaagde.

    Voorbeeldbrief ingebrekestelling
    Klik hier voor de voorbeeldbrief ingebrekestelling voor het geval dat een product of dienst gebrekkig is gebleken.

  • Wat betekent verjaring van recht op schadevergoeding?
  • Na het einde van een verjaringstermijn heeft u geen recht meer een persoon of bedrijf aansprakelijk te stellen voor een schadevergoeding. Meestal geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Deze termijn gaat in op het moment dat de benadeelde of het slachtoffer geconfronteerd wordt met de schade en de veroorzaker of dader van die schade. Dat moet in de regel wel gebeuren binnen 20 jaar na het voorval dat de schade veroorzaakte.

    Voor verkeersongevallen, waarbij een motorvoertuig betrokken is, geldt zelfs een verjaringstermijn van drie jaar. Het gaat dan om het recht dat de benadeelde of het slachtoffer heeft om de verzekeraar van het voertuig dat de schade veroorzaakt heeft, aansprakelijk te stellen. De bestuurder van dat voertuig blijft overigens nog wel twee jaar daarna aanspreekbaar.

    Let altijd goed op de verjaringstermijnen. Zorg ervoor dat deze termijnen tijdig ‘gestuit’ (=verlengd) worden. Het is meestal een aangetekende brief te sturen met daarin de opmerking dat ‘de verjaring wordt gestuit’. Niet elke kwestie kent dezelfde verjaringstermijn. Het is erg belangrijk dat u tijdig een belangenbehartiger inschakelt die verjaring voor u voorkomt. Als de verjaringstermijn is verstreken, kunt u geen aanspraak meer maken op een schadevergoeding.

  • Zowel mijn contractspartij als ik vinden dat onze eigen algemene voorwaarden op onze overeenkomst van toepassing zijn. Wie heeft gelijk?
  • Dit is een veelvoorkomend probleem en wordt ‘battle of forms’ genoemd. De contractspartij is daarbij de partij waarmee de overeenkomst wordt gesloten. Om te bepalen welke voorwaarden van toepassing zijn is het de vraag welke partij de eerste verwijzing naar zijn of haar algemene voorwaarden heeft gemaakt. Als partij 1 bij zijn offerte verwijst naar zijn algemene voorwaarden dan zijn die voorwaarden in beginsel van toepassing. Behalve als partij 2 bij een volgende verwijzing de algemene voorwaarden van partij 1 nadrukkelijk afwijst en zijn eigen voorwaarden van toepassing verklaart. Dan is die verwijzing naar algemene voorwaarden leidend. 

    Wijs andere algemene voorwaarden duidelijk af
    Het nadrukkelijk afwijzen van de algemene voorwaarden van uw contractspartij kunt u het beste zo duidelijk mogelijk doen. Dit om discussie te voorkomen. Zet duidelijk uw reactie op een offerte dat u niet akkoord gaat met de voorwaarden van uw contractspartij (noem hierbij ook de bedrijfsnaam). Doe dit vooral niet in de kleine lettertjes onderaan een pagina.

    Zijn de algemene voorwaarden van uw contractspartij onderdeel van het aanbod?
    Dan is uw afwijzing van hun algemene voorwaarden ook de afwijzing van het aanbod. Weeg dus goed af hoe belangrijk het voor u is om uw eigen voorwaarden te gebruiken.    

  • Op hoeveel vakantiedagen per jaar heeft een werknemer recht?
  • ​Een werknemer heeft jaarlijks recht op vakantiedagen. Op hoeveel vakantiedagen een werknemer recht heeft, hangt af van de overeengekomen arbeidsduur per week of jaar. Een werknemer heeft per jaar recht op minimaal vier keer de overeengekomen uren arbeid per week. Een werkweek van 38 uur geeft bijvoorbeeld recht op 152 uur vakantie. Geeft u een werknemer meer vakantiedagen? Dan zijn dit ‘bovenwettelijke vakantiedagen’. Deze afspraken over vakantie en verlof legt u vast in de arbeidsovereenkomst en/of CAO.

    Werknemer bouwt vakantierechten op tijdens verlof
    Tijdens vakantiedagen heeft de werknemer recht op doorbetaling van loon. Ook in het geval van ziekte bouwt de werknemer vakantierechten op. Dat zelfde geldt voor andere soorten van verlof. Is een werknemer het niet eens met het aantal opgebouwde en/of afgeboekte vakantiedagen? Dan heeft de werknemer het recht om uw administratie in te zien.

  • Sinds 1 januari 2012 zijn er nieuwe regels over vakantiedagen. Wat zijn hiervan de gevolgen?
  • Het doel van vakantieverlof is het kunnen herstellen en uitrusten van verplichtingen die voortkomen uit een baan. Dit geldt voor alle werknemers. Voor de veiligheid en gezondheid van werknemers is het belangrijk dat zij tijdig vakantieverlof opnemen en er voor waken dit niet steeds uit te stellen. Daarom is een vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen ingevoerd.

    Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
    Wettelijke vakantiedagen zijn de vakantiedagen waar een werknemer op basis van de wet recht op heeft. Iedere werknemer heeft bij een fulltime dienstverband (40 uur per week) recht op 20 vakantiedagen per jaar. Dit komt overeen met 4 keer de overeengekomen arbeidsduur per week. Voor deeltijd werknemers wordt dit naar rato berekend. U mag niet van deze wettelijke regels afwijken ten nadele van de werknemer. Daarnaast kan een werknemer op basis van zijn arbeidsovereenkomst recht hebben op extra vakantiedagen. Dit zijn bovenwettelijke vakantiedagen.

    Wat is precies veranderd?
    Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in de opbouw van wettelijke vakantierechten voor zieke werknemers en gezonde werknemers. Voor bovenwettelijke vakantiedagen kunnen afwijkende afspraken gelden, die dan in de arbeidsovereenkomst staan. Wettelijke vakantierechten vervallen als deze niet zijn opgenomen in het opbouwjaar of in de eerste zes maanden daarna. Tenzij een werknemer door bijzondere omstandigheden niet in staat is geweest om vakantie op te nemen in deze periode. De arbeidsovereenkomst kan ten gunste van de werknemer af wijken van deze vervaltermijn. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt de vervaltermijn niet. Deze vakantiedagen verjaren na 5 jaar.

    Het opnemen van vakantiedagen is de verantwoordelijkheid van de werknemer
    Deze doet er verstandig aan om tijdig en schriftelijk zijn vakantiewensen aan u door te geven. Wanneer u niet binnen twee weken schriftelijk gewichtige redenen geeft tegen de aanvraag voor vakantieverlof, dan is de vakantie vastgesteld naar wens van de werknemer.

    Wanneer vervallen vakantiedagen?
    Wettelijke vakantiedagen opgebouwd ná 1 januari 2012 kunnen vervallen als een werknemer deze niet binnen anderhalf jaar opneemt. Afwijkende afspraken neemt u in de arbeidsovereenkomst op. Wettelijke vakantiedagen opgebouwd vóór 1 januari 2012 en bovenwettelijke vakantiedagen kunnen na 5 jaar verjaren. Een werknemer moet altijd eerst zijn vakantiedagen opnemen die als eerste vervallen of verjaren

    Vakantieverlof en ziekte
    Een werknemer wordt ook tijdens arbeidsongeschiktheid geacht zijn wettelijke vakantiedagen tijdig op te nemen. Tenzij een werknemer vanwege medische redenen gedurende de gehele periode geen vakantieverlof kan opnemen. Bijvoorbeeld door opname in een ziekenhuis. Als een werknemer vakantie wil opnemen tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid, moet hij over deze gehele vakantieperiode zijn vakantiedagen inleveren. Er wordt in deze situatie geen onderscheid gemaakt tussen zieke, gedeeltelijk zieke of gezonde werknemers. Een werknemer heeft namelijk ook tijdens zijn gehele ziekteperiode recht op opbouw van zijn wettelijke vakantiedagen. Als een werknemer ziek is of wordt tijdens een vastgestelde vakantieperiode, dan mag u de ziektedagen niet zonder toestemming van de werknemer verrekenen met vakantiedagen. Alleen over de bovenwettelijke vakantiedagen kunt u met de werknemer schriftelijk afwijkende afspraken maken. Het is van belang dat een werknemer zich volgens het verzuimprotocol ziek meldt.

    Werkgever houdt vakantiedagenadministratie bij
    U bent wettelijk verplicht een goede administratie van de vakantiedagen van uw werknemers bij te houden. Dit betekent dat u de werknemer een overzicht moet kunnen geven van zijn wettelijke vakantiedagen en alle overige vrije dagen, waaronder de bovenwettelijke vakantiedagen, ADV en ouderendagen. Dit verschil is van belang, omdat de genoemde regels alleen gelden voor vakantiedagen en dus niet voor overige vrije dagen. Een werknemer doet er verstandig aan deze uren ook zelf bij te houden.


  • Welke verplichtingen heb ik als werkgever bij het uitbetalen van loon?
  • U bent als werkgever wettelijk verplicht het loon op tijd te betalen. Het is verstandig om in de arbeidsovereenkomst en/of CAO te beschrijven op welk tijdstip het loon wordt voldaan. Het loon moet in ieder geval wekelijks of maandelijks worden uitbetaald. Daarnaast moet u de werknemer van elke betaling een overzicht geven met daarop het bruto- en nettoloon, tenzij er zich ten opzichte van de voorgaande betaling in geen van de bedragen een wijziging heeft voorgedaan.

    Aan het einde van het dienstverband bent u verplicht om een correcte eindafrekening te maken
    Let op: in de eindafrekening verrekent u in ieder geval het vakantiegeld en de niet opgenomen vakantiedagen, tenzij u hierover andere afspraken heeft gemaakt met uw werknemer.

  • Geldt het concurrentiebeding ook als mijn medewerker een andere functie binnen het bedrijf krijgt?
  • Of het oude concurrentiebeding in de nieuwe functie automatisch nog geldig is, hangt af van meerdere factoren. Zo speelt mee of de nieuwe functie past in een normale loopbaanontwikkeling, oftewel was de functiewijziging te voorzien. Ook kan een eventuele verandering in de arbeidsverhouding en/of de belangen van werkgever en werknemer een rol spelen. Verder moet altijd bekeken worden in hoeverre het concurrentiebeding door de nieuwe functie zwaarder gaat wegen.

    Wijkt de nieuwe functie erg af van de oude functie, dan is het verstandig om een nieuw concurrentiebeding overeen te komen. Een ongewijzigd concurrentiebeding kan namelijk zwaar drukken op een nieuwe functie. Wanneer is een concurrentiebeding onevenredig zwaar? Dat moet van geval tot geval beoordeeld worden.

    Meer informatie leest u in de bijlage over het concurrentiebeding.

    Bijlage met informatie over het concurrentiebeding.docBijlage met informatie over het concurrentiebeding.doc


  • Kan ik nog een proeftijd vaststellen in een arbeidscontract?
  • Antwoord

    Vanaf 1 januari 2015 is de WWZ veranderd. Er gelden nieuwe regels voor de proeftijd. Als u een proeftijd wilt vaststellen bij een nieuwe werknemer moet dit schriftelijk in het contract vastgelegd worden. De proeftijd geldt voor uzelf, maar ook voor de nieuwe werknemer. Beiden partijen mogen de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd ontbinden.

    Regelgeving proeftijd bij verschillende arbeidscontracten

    Het soort contract heeft invloed op welke rechten u en uw werknemer hebben voor wat betreft het vaststellen van een proeftijd:

    Contract onbepaalde tijd:
    Bij een contract voor onbepaalde tijd, mag een proeftijd van maximaal twee maanden worden afgesproken.

    Contract voor bepaalde tijd/tijdelijk contract:
    Voor een tijdelijk contract gelden twee verschillende regels. Welke regel van toepassing is, hangt af van de periode waarvoor het contract geldt:

    • Contract voor meer dan twee jaar: de proeftijd mag maximaal twee maanden zijn.
    • Contract voor minder dan twee jaar: de proeftijd mag maximaal één maand zijn. Het kan zijn dat afwijkende afspraken zijn gemaakt in uw cao.  


    Vanaf januari 2015 geldt een nieuwe regel voor een contract van 6 maanden of korter:

    • In een contract van  6 maanden of korter geldt de regel dat proeftijd niet meer vastgelegd mag worden voor dit contract. Dit geldt voor contracten die na 1 januari getekend zijn. Beide partijen kunnen het arbeidscontract dus niet meer binnen één of twee maanden ontbinden. Van deze regeling kan niet worden afgeweken, ook niet in uw cao (tenzij er op 1 januari 2015 nog een lopende CAO is, waarin een proeftijd wel zou zijn toegestaan. Deze afwijking geldt tot uiterlijk 1 juli 2016).


    Mocht u een contract geven waar nog geen periode voor is vastgesteld (bijvoorbeeld de duur van een bepaald project), dan geldt een proeftijd van maximaal één maand. Ook hier geldt dat afwijkende afspraken in uw cao vastgelegd kunnen zijn.

    Geldt een proeftijd bij het verlengen van een tijdelijk contract?Wanneer u een tijdelijk contract verlengt, mag in het nieuwe contract geen proeftijd worden opgenomen. Er is één reden wanneer dit wel mag: wanneer de werknemer vaardigheden of verantwoordelijkheden krijgt die hij voorheen niet had.


  • Mag ik een concurrentiebeding opnemen in een tijdelijk contract?
  • ​Een concurrentiebeding kan een onderdeel zijn van het contract tussen u en uw werknemer. Hierin legt u vast dat uw werknemer na het einde van het contract geen vergelijkbare werkzaamheden bij een ander bedrijf (of als zelfstandige) gaat doen.

    Antwoord

    Vanaf 1 januari mag u een concurrentiebeding niet meer opnemen in een tijdelijk contract
    Vanaf 1 januari 2015 is een deel van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid van kracht. Vanaf deze datum is het niet meer mogelijk een concurrentiebeding op te nemen in een tijdelijk contract. Doet u dit wel? Dan is het goed om te weten dat het concurrentiebeding niet geldig is, omdat het wettelijk is verboden om bij tijdelijke contracten een concurrentiebeding aan te gaan. Ook is een concurrentiebeding nooit rechtsgeldig voor personen jonger dan 18 jaar.

    Er is één uitzondering wanneer een concurrentiebeding bij tijdelijk contract wel geldig kan zijn
    Alleen onder één strenge voorwaarde mag u uw werknemer vragen een concurrentiebeding te ondertekenen bij een tijdelijk contract: u moet dan (schriftelijk) aantonen dat het overeenkomen van een concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs of dienstbelangen. Deze belangen moeten bestaan op het moment dat u beide het contract ondertekent, maar ook op het moment waarop u zich eventueel zou willen beroepen op het concurrentiebeding.

    Motivering voor beding is noodzakelijk
    Deze zwaarwegende belangen moet u omschrijven in het concurrentiebeding. Het concurrentiebeding moet u dan opnemen in de arbeidsovereenkomst. Zonder de motivering van de belangen geldt het concurrentiebeding niet.

     

  • Wanneer moet ik mijn werknemer informeren over het verlengen of beëindigen van zijn contract?
  • ​Antwoord

    U mocht voorheen nog op de laatste werkdag het contract van een werknemer beëindigen . Vanaf 1 januari 2015 kan dat niet meer omdat een deel van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid van kracht is. Deze nieuwe regeling stelt dat u op tijd moet informeren over het al dan niet verlengen van het contract. In de wet staat dit beschreven met de term ‘aanzegtermijn’. Deze aanzegtermijn geldt voor tijdelijke contracten:

    • met een periode van minimaal 6 maanden,
    • met een vastgestelde einddatum (dus geen contract voor onbepaalde tijd),
    • die op of na 1 februari 2015 eindigen.  

    De aanzegtermijn geldt niet voor uitzendovereenkomsten met een uitzendbeding. Lees het contract hierop na.

    Wat houdt “op tijd informeren” dan in?
    U moet minimaal een maand voor de einddatum van het contract uw werknemer informeren of het contract verlengd wordt of niet. Als u het contract wilt beëindigen, moet uw werknemer dit uiterlijk een maand van te voren weten.

    Als u het contract wél wil voortzetten bent u verplicht minstens een maand van tevoren aan te geven onder welke voorwaarden het contract verlengd wordt. Zonder het vastleggen van deze voorwaarden zal het contract automatisch doorlopen met dezelfde arbeidsvoorwaarden, met een maximum van een jaar.

    Schriftelijk informeren
    U kunt het beste de werknemer schriftelijk informeren of het contract verlengd wordt of niet. Een e-mail wordt tegenwoordig steeds vaker als schriftelijk gezien, maar in dit geval is het belangrijk dat de brief door u ondertekend is. Met een ondertekende brief kunnen eventuele boetes voorkomen worden, omdat er dan bewijs van verzending en/of ontvangst is.

    Let op! Uw werknemer heeft recht op vergoeding wanneer u dit niet op tijd aangeeft.
    Uw werknemer heeft recht op een vergoeding als u hem niet op tijd informeert over het beëindigen van zijn contract. Per dag dat u deze datum overschrijdt, bent u verplicht een dag loon uit te betalen. Bijvoorbeeld: als u een week te laat bent met de schriftelijke mededeling, bent u de werknemer nog een week loon verschuldigd. De maximum vergoeding is één bruto maandloon. Ondanks de vergoeding zal de einddatum die in het contract is opgenomen blijven staan

    Om deze vergoeding te claimen moet uw werknemer binnen twee maanden na de einddatum van het contract een procedure starten bij de kantonrechter.

    Het recht op een vergoeding voor uw werknemer vervalt:

    • Als hij te laat (twee maanden na einddatum contract) een procedure start bij de kantonrechter.
    • Als u failliet bent verklaard
    • Als u in de schuldsanering zit
    • Als uw bedrijf onder surseance van betaling staat

  • Ik wil een werknemer op staande voet ontslaan, waar moet ik rekening mee houden?
  • Antwoord​

    De laatste jaren komt het helaas steeds vaker voor: werknemers die financiële problemen hebben en een greep in de kas doen. Of zonder toestemming bedrijfsartikelen meenemen. Van een stapel pennen of een doos papier tot machineonderdelen. Is het vertrouwen in de samenwerking hierdoor ernstig beschadigd, dan volgt voor de werknemer meestal ontslag op staande voet. Het is alleen wel van groot belang dat het geven van een ontslag op staande voet zorgvuldig wordt aangepakt.

    Ontslag op staande voet is de uiterste maatregel in het arbeidsrecht
    Bij een ontslag op staande voet kunt u per direct de arbeidsovereenkomst opzeggen. U hebt vooraf geen toestemming nodig van het UWV of de kantonrechter en u hoeft zich niet aan de opzegtermijn te houden. U moet zich natuurlijk wel aan een aantal regels houden:

    U hebt een dringende reden voor ontslag nodig
    Een dringende reden is zo ernstig dat u vindt dat u de arbeidsovereenkomst niet langer kunt laten bestaan. U geeft het ontslag daarom onmiddellijk en direct na de gebeurtenis die de aanleiding was. Iets dat een tijd geleden gebeurde en toen al bekend was, is geen dringende reden. Ontslag op staande voet is dan niet toegestaan.

    Formuleer de dringende reden zorgvuldig en leg deze direct uit aan uw werknemer
    Vertel uw werknemer mondeling of schriftelijk welke dringende reden voor ontslag u hebt. Bespreekt u dit liever eerst mondeling? Bevestig de dringende reden voor het ontslag dan nog altijd in een brief of e-mail. Gebruik in het gesprek en in de brief zoveel mogelijk feitelijke beschrijvingen van het gedrag van de werknemer die voor u de aanleiding zijn om hem/haar op staande voet te ontslaan. En onthoud u daarbij van strafrechtelijke termen zoals bijvoorbeeld diefstal, verduistering, mishandeling en grove belediging. Het is beter om feitelijk te benoemen wat er is gebeurd, bijvoorbeeld: ‘geld uit de kassa gehaald’, ‘iemand geslagen’, etc. U mag de dringende reden later niet meer wijzigen of aanpassen. Dit luistert dus erg nauw. Win daarom altijd eerst juridisch advies in.  

    Er spelen meer factoren een rol
    Of de reden voldoende ernstig is, hangt af van alle omstandigheden van de concrete situatie. Was de werknemer al eerder gewaarschuwd, hoe is zijn dagelijks functioneren, is hij al lang in dienst? Die omstandigheden moet u altijd wegen bij uw beoordeling of er sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet.

    Verzamel voldoende, bruikbaar bewijs
    Het bewijs voor de dringende reden voor ontslag luistert nauw. Ontslag op staande voet is een drastische maatregel. U hebt onweerlegbaar bewijs nodig dat op een legale manier tot stand is gekomen. Verdenkt u een van uw werknemers van bijvoorbeeld diefstal? Het bewijs voor diefstal is pas geleverd als u de werknemer de diefstal daadwerkelijk ziet plegen. Als u een camera plaatst, zorg er dan voor dat u op de beelden goed ziet wat uw werknemer doet. Uiteraard moet u zich hierbij wel houden aan de regels omtrent het plaatsen van camera’s en de privacy van uw werknemer.

    Ga in gesprek met uw werknemer
    Confronteer uw werknemer met wat u hebt gezien en vraag om een verklaring. Hoe legt hij de situatie uit? Kent hij de regels voldoende? Geef hem de kans om zijn gedrag te verbeteren. Uw werknemer 'zomaar' op staande voet ontslaan, zal een rechter niet snel accepteren.

    Iemand ten onrechte op staande voet ontslaan kan grote financiële gevolgen hebben
    Als er volgens uw werknemer geen dringende reden voor ontslag op staande voet is, kan hij de rechter vragen dit ongeldig te verklaren. Hiervoor spant hij een loonvorderingsprocedure aan en kan hij wedertewerkstelling vorderen.

    In deze procedure stelt een werknemer dat er geen sprake was van een dringende reden en dat het dienstverband onterecht beëindigd is. Stelt de rechter uw werknemer in het gelijk? Dan was het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en heeft de arbeidsovereenkomst al die tijd voortgeduurd. Dit betekent dat uw werknemer recht heeft op zijn loon over die periode. Daarnaast kan de rechter oordelen dat u uw werknemer weer toe moet laten op zijn werk (de wedertewerkstelling). Als werkgever kunt u gelijktijdig ook een verzoek tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst indienen. Hiervoor kunt u het beste juridisch advies inwinnen.

     

  • Mijn werknemer meldt zich voor de zoveelste keer ziek, terwijl hij dat waarschijnlijk niet is. Wat kan ik doen?
  • Antwoord

    Het is een lastige situatie. Een van uw werknemers meldt zich alwéér ziek. U twijfelt of uw werknemer wel daadwerkelijk ziek is, omdat hij gisteren woedend naar huis is gegaan. Of omdat u hebt gehoord van anderen dat hij er thuis fanatiek op los klust wanneer hij zich ziek meldt. Hoe pakt u dit als goed werkgever nu het best aan?

    Ga direct het gesprek aan met uw werknemer
    Met uw werknemer om tafel gaan en uw twijfel hardop uitspreken, is soms voldoende om boven water te krijgen waarom iemand zich onterecht ziek meldt. Misschien zijn er problemen in de thuissituatie of op de werkvloer? Is thuis iemand langdurig ziek of wordt de medewerker gepest? Kan hij de stress die het werk met zich meebrengt niet aan of haalt hij geen voldoening meer uit zijn werkzaamheden? In dit soort situaties kunt u als werkgever uw werknemer een helpende hand toesteken. Bied bijvoorbeeld de mogelijkheid tot extra vrije dagen als uw werknemer daarmee de problemen thuis kan overbruggen. Als werkgever doet u er verstandig aan om zich te distantiëren van pesterijen. Bemiddel en stuur actief bij om de werksituatie voor uw werknemer te verbeteren.

    Is een gesprek niet mogelijk? Schakel dan de bedrijfsarts in
    U hebt altijd de mogelijkheid om uw werknemer met spoed op te laten roepen voor het spreekuur van de bedrijfsarts. Dit kunt u bijvoorbeeld doen als het niet lukt om in contact te komen met hem of als hij het gesprek afwijst. Van de bedrijfsarts ontvangt u een advies over de arbeidsongeschiktheid en de verwachte hersteltermijn. Uw werknemer is in principe verplicht om gehoor te geven aan de oproep om te verschijnen bij de bedrijfsarts. Mocht uw werkgever geen gehoor geven aan deze oproep, dan doet u er verstandig aan om uw werknemer direct een brief te sturen. Daarin kunt u aangeven dat u het loon niet langer zult betalen als hij blijft weigeren om het spreekuur van de bedrijfsarts te bezoeken. Vaak is het versturen van deze brief voldoende om je medewerker op het spreekuur van de bedrijfsarts te laten verschijnen.

    Re-integreren doet uw werknemer samen met u
    Blijkt uit het gesprek tussen uw werknemer en de bedrijfsarts dat uw werknemer zich terecht ziek heeft gemeld? En ziet het er naar uit dat de ziekteperiode langer dan 6 weken gaat duren? Begin dan vanaf dat moment met het aanleggen van een dossier met de re-integratieafspraken en een plan van aanpak. Misschien is er passend ander werk binnen uw bedrijf? Of is hij erbij gebaat om tijdelijk minder uren per week te werken? Hoe dan ook, u en uw werknemer moeten er samen voor zorgen dat uw werknemer weer snel aan de slag kan. Een bedrijfsarts kan u hierbij helpen en een re-integratietraject in goede banen leiden. Hij maakt bijvoorbeeld een probleemanalyse op: wat kan de werknemer nog wel en wat niet?

    Goed om te weten voor uw maatregelen wilt treffen: soms is bijvoorbeeld thuis klussen wel toegestaan tijdens ziekte
    Verdenkt u uw werknemer van een onterechte ziekmelding? Omdat u weet dat hij tijdens zijn ziekte thuis klust? Onthoud dat werken tijdens ziekte niet altijd tegenstrijdig hoeft te zijn met de ziekmelding. Voor een overspannen werknemer kan thuis klussen zijn herstel zelfs bevorderen. Voor een stukadoor met rugklachten niet.

    Verzamel voldoende bewijs voordat u overweegt maatregelen te treffen
    Wilt u het salaris stopzetten of de werknemer ontslaan, dan hebt u voldoende bewijsmateriaal nodig voor het geval uw werknemer uw maatregelen aanvecht. Hoe beter u uw besluit kunt onderbouwen met bewijsmateriaal, hoe sterker uw zaak bij de rechter zal zijn. Waak er wel voor dat u de privacy regels niet overtreedt. U mag bijvoorbeeld vanuit de openbare ruimte wel videomateriaal onder bepaalde voorwaarden opnemen, maar niet op privéterrein.

    Bij blijvende twijfel vraagt u een deskundigenoordeel aan bij het UWV
    Hebt u twijfels over het oordeel van de bedrijfsarts? Of dreigt het re-integratietraject stil te vallen, omdat uw werknemer zijn afspraken niet nakomt? Dan kunt u een deskundigenoordeel van het UWV vragen. Zo’n deskundigenoordeel maakt inzichtelijk of:

    • Uw medewerker zijn eigen werk weer kan oppakken
    • Uw medewerker genoeg heeft gedaan voor zijn re-integratie 
    • Het werk dat u aan uw werknemer voorstelt passend is voor hem
    • U genoeg hebt gedaan voor de re-integratie van uw werknemer

    Het deskundigenoordeel is een investering van € 400,- maar het geeft u een indcatie om aan te tonen dat het al dan niet goed gaat.

    Een negatief deskundigenoordeel geeft u het recht maatregelen te treffen
    Werkt uw werknemer volgens het deskundigenoordeel onvoldoende mee aan zijn re-integratie? Dan kunt u hem het beste een aangetekende brief met een waarschuwing sturen. Werkt hij daarna nog steeds niet mee dan mag u serieuze maatregelen nemen. U kunt bijvoorbeeld het salaris niet meer betalen. Heeft ook dat geen effect? Dan kunt u in overweging nemen om over te gaan tot ontslag. Want als uw werknemer zonder gegronde reden blijft weigeren om (passende) werk te doen, dan geldt soms het ontslagverbod tijdens ziekte niet meer. Voordat u dit wilt doen is het raadzaam en praktisch om eerst juridisch advies in te winnen.


  • Heeft een werknemer recht op ouderschapsverlof en voor hoelang?
  • ​Antwoord

    Een werknemer kan voor ieder kind tot 8 jaar ouderschapsverlof opnemen. Dit geldt ook voor adoptie-, pleeg- en stiefkinderen, als zij bij de werknemer wonen. De algemene regel is dat een werknemer 26 keer het aantal uren dat de werknemer gemiddeld per week werkt aan ouderschapsverlof kan opnemen. Een werknemer kan schriftelijk aan u aangeven dat hij of zij gebruik wilt maken van het recht op ouderschapsverlof. Daarbij moet de werknemer aangeven wanneer het verlof in moet gaan, hoeveel uren de werknemer wilt opnemen, op welke werkdagen de werknemer het verlof wilt opnemen en hoe lang de periode duurt. U heeft de mogelijkheid om de door u gewenste wijze van invulling van het ouderschapsverlof te wijzigen, mits er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

    Heeft een werknemer voor 1 januari 2009 of 1 januari 2015 ouderschapsverlof (deels) aangevraagd en toegekend gekregen? Er gelden dan afwijkende regels.
     
    Voor meer informatie over het ouderschapsverlof en de afwijkende regels, zie de bijlage Ouderschapsverlof.

  • Dient u mee te werken aan een verzoek van een werknemer tot de aanpassing van de arbeidsduur?
  • ​Antwoord

    Een werknemer kan een verzoek bij u indienen om minder (of meer) te werken. De werknemer doet dan een beroep op de Wet aanpassing arbeidsduur. Om een beroep op deze wet te doen, moet de werknemer voldoen aan een aantal eisen. Deze eisen zijn: 

    • De werknemer moet minstens een jaar in dienst zijn
    • Het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur moet minstens vier maanden voor de datum waarop de werknemer minder (of meer) uren wilt gaan werken, schriftelijk bij u ingediend worden indienen.
     
    In een dergelijk verzoek dient de werknemer het volgende te vermelden:
    • Hoeveel uur de werknemer minder (of meer) wilt gaan werken
    • De datum waarop de werknemer minder (of meer) wilt gaan werken
    • De dagen in de week waarop de werknemer minder (of meer) wilt gaan werken
     
    U heeft de mogelijkheid om het verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur af te wijzen, mits er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Een werknemer kan maximaal één keer per jaar een verzoek doen om de arbeidsduur aan te passen. Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden gelden er afwijkende regels.
     
    Voor meer informatie over het aanpassen van de arbeidsduur, zie de Bijlage Wet aanpassing arbeidsduur
     

^ Naar boven