Juridisch ABC

Juridische taal is niet altijd makkelijk te begrijpen. Moeilijke woorden die vaak voorkomen hebben we daarom voor u ‘vertaald’. U vindt ze in dit juridisch ABC.

  • A

    • Aanbod

      Een bod of aanbod van een partij aan een andere partij. Als de andere partij het bod of aanbod accepteert, is er sprake van een overeenkomst.

    • Aanbod en aanvaarding

      Door het accepteren van een aanbod ontstaat er een overeenkomst. Dit noemt men aanvaarding.

    • Aandeel

      Een belang in het kapitaal van een vennootschap (onderneming of bedrijf). Aandelen hebben de vorm van waardepapieren op naam (de eigenaar van het aandeel is vermeld op het waardepapier), aan toonder (de bezitter of houder van het waardepapier wordt beschouwd als eigenaar), of zijn ingeschreven op naam in een aandeelhoudersregister.

    • Aandeelcertificaten

      Lijkt op een aandeel. Het is er zelfs mee verbonden. Een certificaat volgt de waarde van het aandeel. Het verschil met een aandeel is dat een aandeelcertificaat geen stemrecht geeft in de aandeelhoudersvergadering van de vennootschap (onderneming of bedrijf). Certificaten worden uitgegeven door een administratiekantoor. Dit administratiekantoor bezit de eigenlijke aandelen.

    • Aandeelhouder

      Bezitter van een aandeel.

    • Aandeelhoudersregister

      Een door bedrijven bijgehouden lijst met namen en adressen van aandeelhouders. Op deze lijst staat per aandeelhouder genoemd welk bedrag elke aandeelhouder heeft betaald voor de aandelen (gestort en nominaal aandelenkapitaal).

    • Aandelen aan order

      Aandelen in de vorm van een waardepapier op naam waarop vermeld wordt dat betaling ook kan plaatsvinden aan iemand anders dan de in het waardepapier genoemde persoon. De bezitter of houder van het waardepapier kan het aandeel overdragen aan een andere partij door de naam van de nieuwe bezitter of houder te vermelden op het waardepapier.

    • Aandelen aan toonder

      Aandelen in de vorm van een waardepapier zonder vermelding van de naam van de eigenaar van het aandeel. De bezitter of houder van het waardepapier wordt gezien als de eigenaar van het aandeel.

    • Aandelen op naam

      Aandelen in de vorm van een waardepapier waarop de naam van de eigenaar van het aandeel is vermeld. Aandelen op naam worden ingeschreven in het aandeelhoudersregister van de betrokken vennootschap (onderneming of bedrijf).

    • Aandelenfusie

      Het samengaan van ten minste twee ondernemingen waarbij de ene onderneming de aandelen van de andere overneemt.

    • Aanhangig maken van de zaak

      Een geschil of vordering aan de rechter voorleggen.

    • Aanleg

      Rechterlijke instantie. Bijvoorbeeld: in eerste aanleg is dit de rechterlijke instantie waar iemand een procedure of rechtszaak start. Meestal is dit de kantonrechter.

    • Aanlegvergunning

      Met deze vergunning kan werk of kunnen werkzaamheden op een bepaalde plek toch uitgevoerd worden. Ook al is dit niet toegestaan volgens het bestemmingsplan. Deze vergunning of ontheffing wordt gegeven door het gemeentebestuur (Burgemeester en Wethouders).

    • Aanmaning (2e)

      Als een partij (schuldenaar) na een eerste verzoek of aanmaning een schuld weigert te betalen, dan kan de andere partij (schuldeiser) een tweede verzoek of aanmaning sturen. Daarin verzoekt de schuldeiser opnieuw om betaling van de schuld binnen bijvoorbeeld een termijn van tien dagen. In deze schriftelijke aanmaning deelt de schuldeiser verder mee dat hij de vordering of schuldeis zal indienen bij de rechter of over zal dragen aan een incassokantoor of gerechtsdeurwaarder, als de schuldenaar blijft weigeren de schuld te betalen.

    • Aanmerkelijk belang

      Als iemand al dan niet samen met zijn echtgenoot vijf procent of meer van de aandelen van een onderneming bezit, heeft hij of zij een aanmerkelijk belang.

    • Aansprakelijkheid

      Een partij is aansprakelijk als deze bijvoorbeeld op grond van een overeenkomst, de wet of rechterlijke uitspraken aan een bepaalde verbintenis moet voldoen. Vaak wordt hierbij gedacht aan het vergoeden van geleden schade.

    • Aansprakelijkheidsverzekering

      Verzekering tegen de gevolgen van aansprakelijkheid.

    • Aanstellingsbrief

      Een brief waarin de werkgever een functie of baan aanbiedt aan een werknemer.

    • Aanvaarding

      Door aanvaarding (het accepteren) van een bod of aanbod ontstaat er een overeenkomst. Soms moet een aanbod binnen een bepaalde tijd worden aanvaard (geaccepteerd) om een overeenkomst tot stand te laten komen.

    • Aanverwanten

      Door een huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstaat tussen de bloedverwanten van de echtgenoten (ouders, broers, zussen enz.) een band, namelijk zwagerschap. Aanverwanten zijn schoonvader, schoonmoeder, schoonzoon, schoondochter, schoonbroer (zwager), schoonzus, aangetrouwde oom, aangetrouwde tante, aangetrouwde neef en aangetrouwde nicht.

    • Aanverwanten in de rechte lijn

      Dat zijn de (adoptie) ouder(s) van de echtgenoot of geregistreerde partner en de echtgenoot of geregistreerde partner van uw (adoptie) kinderen (schoonzoon of schoondochter).

    • Aanverwanten in de zijlijn

      Verwantschap (relatie) tussen schoonbroers (zwager) en schoonzussen en hun eventuele afstammelingen. Het zijn aangetrouwde familieleden.

    • Aanzegging

      Een officiële bekendmaking, kennisgeving, ook wel notificatie genoemd.

    • Aard - en nagelvast

      Alle zaken die vastzitten aan de grond of aan een gebouw en daarvan niet losgemaakt kunnen worden zonder schade te veroorzaken. Voorbeelden zijn: een stenen vloer of een bad.

    • AAW

      Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

    • ABP

      Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.

    • Absolute meerderheid

      Een meerderheid van ten minste de helft van de stemmen.

    • ABW

      Algemene bijstandswet.

    • Acceptatie

      De datum waarop een schriftelijk stuk aanvaard (geaccepteerd) wordt of moet worden. Meestal is daarvoor een termijn gesteld.

    • Acceptatiedatum

      De datum waarop de ene partij het bod of aanbod van de andere partij accepteert of aanvaardt. Meestal is hiervoor een termijn afgesproken.

    • Accountant

      Iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties.

    • Activa

      Een boekhoudkundige term waarmee de bezittingen van een onderneming of bedrijf worden bedoeld. Voorbeelden zijn voorraden en onroerende zaken (bijvoorbeeld een huis).

    • Ad hoc arbitrage

      Het oplossen van geschillen tussen partijen zonder dat de rechter wordt ingeschakeld. Dit is een vorm van zogenaamde 'alternatieve geschillenbeslechting' waarbij de betrokken partijen zelf een scheidsgerecht (soort van scheidsrechters: groep mensen die buiten de rechter om het geschil behandelen) samenstellen.

    • Administratief beroep

      Mogelijkheid in het bestuursrecht voor een partij (belanghebbende) om een beslissing van een bestuursorgaan aan te vechten bij een hoger bestuursorgaan.

    • Administratief recht

      De regels die gelden voor de werkwijze en handelen van overheden (Rijk, provincies, gemeenten) zelf. En de regels die gelden tussen overheid en burgers en de handhaving hiervan.

    • Administratiekantoor

      Een kantoor dat (een deel van) de aandelen van een vennootschap (onderneming of bedrijf) bezit. Het kantoor geeft aandelen uit, ontvangt winst (zogenaamd dividend) over de aandelen en geeft deze winst door aan de aandeelhouders.

    • Administratieve rechter

      Een rechter die zich bezighoudt met geschillen over beslissingen door bestuursorganen van de overheid.

    • Adoptie

      Het aannemen van een kind als wettig kind.

    • Advocaat

      Rechtsgeleerde, ook wel raadsman of raadsvrouwe genoemd, die rechtskundige hulp verleent aan personen of instellingen.

    • Afbetaling

      Betaling in vooraf vastgestelde termijnen van gekochte goederen of diensten. Een speciale vorm van afbetaling is huurkoop. Hierbij gaat het eigendom van een goed (product) pas over na de laatste termijnbetaling. Het product heb je wel in gebruik.

    • Afbetalingsregeling

      Een regeling met een geldverstrekker om een schuld in termijnen en op afgesproken dagen af te betalen.

    • Afstoting

      Ondernemingen en bedrijven kunnen op basis van bedrijfseconomische overwegingen (kostenbesparingen, concurrentiepositie) besluiten om bepaalde bedrijfsonderdelen en bedrijfsactiviteiten af te stoten. Dit houdt in dat deze bedrijfsonderdelen niet meer gebruikt mogen worden en dat bepaalde bedrijfsactiviteiten niet meer uitgevoerd mogen worden.

    • Agentuur overeenkomst

      Overeenkomst tussen een opdrachtgever en een handelsagent. De opdrachtgever draagt met deze overeenkomst de handelsagent op om tegen betaling te bemiddelen. Bijvoorbeeld bij het verwerven (krijgen) van onder andere opdrachten en het sluiten van overeenkomsten op naam en voor rekening van deze opdrachtgever.

    • Akte

      Ondertekend stuk papier dat bedoeld is om als bewijs te dienen.

    • Akte van levering

      Ook wel transportakte genoemd. Het is de akte die door de notaris wordt opgesteld bij aankoop van een woning en bij het Kadaster wordt ingeschreven. In deze akte is vermeld dat het eigendom van een bepaald onroerend goed (bijvoorbeeld een huis) overgaat van de verkoper op de koper.

    • AKW

      Algemene kinderbijslagwet.

    • Algemeen verbindend verklaren van de cao

      De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt een hele cao of enkele bepalingen uit een cao verplicht. Ook voor werkgevers en werknemers die de cao hebben afgesloten, maar geen lid zijn van werkgevers- of werknemersorganisaties.

    • Algemene beginselen

      Opvattingen die algemeen geaccepteerd worden, maar geen bindende voorschriften (regels waaraan je je moet houden) zijn. Deze beginselen vormen vaak een richtlijn voor het oplossen van geschillen die niet in de wet staan.

    • Algemene vergadering van aandeelhouders

      Een bijeenkomst waarin het bestuur van een vennootschap (besloten of naamloze vennootschap) verantwoording aan de aandeelhouders aflegt en uitleg geeft over de bedrijfsresultaten van het afgelopen jaar. Deze algemene vergadering heeft meestal alle bevoegdheid om besluiten over het beleid en jaarrekening van de vennootschap te nemen.

    • Algemene voorwaarden

      Zijn voorwaarden of criteria die voor meerdere overeenkomsten worden gebruikt.

    • Algemene wet Bestuursrecht

      Hierin zijn de belangrijkste regels van bestuursrecht vermeld. Bijvoorbeeld hoe de overheid een besluit moet voorbereiden, onderbouwen en bekend moet maken. Maar ook regels voor het maken van bezwaar en het instellen van beroep tegen een besluit van de overheid.

    • Alimentatie

      Uitkering om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. De rechter wijst deze uitkering toe na echtscheiding.

    • Annuïteitenhypotheek

      Een hypotheek (lening) waarbij de hypotheekgever op afgesproken momenten een vast bedrag aan rente en aflossing betaalt aan de hypotheeknemer. In het begin van de looptijd betaal je veel rente en los je weinig af. Naarmate de looptijd verstrijkt betaal je juist weinig rente en los je veel af.

    • Anw

      Algemene Nabestaandenwet.

    • AOW

      Algemene Ouderdomswet.

    • Appartementsrecht

      Wie een appartementsrecht heeft, beschikt over één aandeel in een gebouw dat kadastraal gesplitst is in meerdere appartementsrechten. Dit aandeel geeft recht op het alleengebruik van dit bepaalde gedeelte van het gebouw.

    • Appèl

      Hoger beroep tegen een uitspraak of vonnis van de kantonrechter of rechtbank.

    • Appellant

      De partij die het appèl (hoger beroep) instelt.

    • Arbeidscontract

      Mondelinge of schriftelijke overeenkomst over arbeid tussen een werkgever en werknemer.

    • Arbeidsdeskundige

      Een persoon die de mate van arbeids(on)geschiktheid van een persoon kan vaststellen. De arbeidsdeskundige helpt en begeleidt mensen met een beperking bij het zoeken naar een passende functie.

    • Arbeidsongeschiktheidsverzekering

      De verzekering die geld uitkeert als een persoon arbeidsongeschikt is geworden.

    • Arbeidsovereenkomst

      Mondelinge of schriftelijke overeenkomst over arbeid tussen een werkgever en werknemer.

    • Arbeidsvoorwaardenreglement

      Een schriftelijk stuk waarin de arbeidsvoorwaarden van een onderneming of bedrijf zijn beschreven.

    • Arbiter

      Soort rechter die door twee partijen is aangewezen om een uitspraak te doen over bestaande of nog te verwachten problemen tussen die partijen. De partijen sluiten hiervoor een overeenkomst met de arbiter.

    • Arbitraal beding

      Bepaling in een overeenkomst waarin partijen afspreken geschillen door arbitrage te laten afhandelen.

    • Arbitrage

      Het afhandelen van geschillen waarbij niet de rechter, maar door partijen zelf aangewezen scheidsrechter(s) (arbiters) een uitspraak doen.

    • Arbo-wet

      De Arbeidsomstandighedenwet (of kortweg Arbowet) is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.

    • Arrest

      De uitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad.

    • Arrondissement

      Vóór 1 januari 2013 was Nederland verdeeld in negentien arrondissementen/ rechtsgebieden. Sinds 1 januari 2013 telt Nederland 10 arrondissementen met in ieder arrondissement een rechtbank die bevoegd is om over zaken die binnen zijn arrondissement vallen recht te spreken. Per 1 april 2013 komt het totaal op 11 arrondissementen, dan wordt de rechtbank Oost-Nederland opgesplitst in een rechtbank Gelderland en een rechtbank Overijssel.

    • Arrondissementsrechtbank

      Rechtbank.

    • Assurantie

      Verzekering.

    • Auteursrecht

      Het recht van de maker van literatuur, kunst of wetenschap om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn of haar werk openbaar wordt gemaakt of verveelvoudigd (verspreid). Dit wordt ook wel copyright genoemd.

    • Auteursrechtelijke bescherming

      De maker van literatuur, kunst of wetenschap wordt beschermd als een ander zijn of haar werk zonder toestemming openbaar maakt of verveelvoudigt.

    • Authentieke akte

      Akte die meestal is opgesteld door een notaris.

    • Awb

      Algemene wet bestuursrecht.

    • AWBZ

      Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

    • Awf

      Algemeen werkeloosheidsfonds.

    • AWW

      Algemene Weduwen- en Wezenwet.

  • Terug naar boven

  • B

    • Baatbelasting

      Een belasting of bijdrage die de gemeente oplegt als een gebouw gebaat is (profiteert) bij een aantal voorzieningen die door de gemeente in de omgeving zijn aangebracht. Dit maakt het gebouw of pand aantrekkelijker volgens de gemeente.

    • Balans

      Alle bezittingen en vorderingen afgezet tegen de schulden op een bepaalde datum. Het verschil tussen de waarde van de bezittingen (activa) en de waarde van de schulden (passiva), wordt het eigen vermogen genoemd.

    • Balie

      De balie is een aanduiding voor de hele advocatuur / de beroepsvereniging van advocaten.

    • Battle of forms

      Als zowel de partij die een aanbod doet als de partij die het aanbod accepteert, verwijzen naar verschillende algemene voorwaarden, dan gelden de algemene voorwaarden van de partij die aanvaardt (accepteert) niet. Tenzij partijen besluiten de eerste niet (van de partij die het aanbod doet) en de tweede algemene voorwaarden (die van de partij die accepteert) uitdrukkelijk wel toe te passen.

    • BBA

      Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen.

    • Bbz

      Besluit bijstandverlening zelfstandigen.

    • Beding

      Bepaling in een overeenkomst waarin een bijkomende (extra) voorwaarde is beschreven. Een beding wordt ook wel clausule genoemd.

    • Bedrijf

      Inrichting of organisatie van arbeid en kapitaal dat gericht is op het maken van winst. Een bedrijf wordt ook wel firma, onderneming of zaak genoemd.

    • Bedrijfs-cao

      Een cao die geldt voor één bedrijf.

    • Bedrijfscoöperatie

      Een samenwerkingsverband waarbij de leden het bedrijf of onderneming uitoefenen. De coöperatie verzorgt voor alle leden de inkoop, verkoop en bepaalde diensten.

    • Bedrijfsinventaris

      Alle voorwerpen en goederen (inclusief kantoorartikelen) van een onderneming of bedrijf. Hieronder vallen in ieder geval machines, installaties, werktuigen, gereedschappen, auto's en ander rollend materieel, telecommunicatiemiddelen, kantoor- en computerapparatuur inclusief software.

    • Bedrijfsovername

      Koop en overname van een bedrijf door een ander bedrijf.

    • Bedrijfsreglement

      Een verzameling van regels die de werkwijze, normen en waarden beschrijft van een onderneming of bedrijf.

    • Bedrijfstak-cao

      <div>Cao die geldt voor één bepaalde bedrijfstak.</div>

    • Beheerbevoegd

      Bevoegdheid om alles te doen wat nodig is om een onderneming of bedrijf in stand te houden. De bevoegdheid geldt voor zaken en werkzaamheden die nodig zijn om de onderneming draaiende te houden.

    • Beheren

      De zorg en verantwoordelijkheid hebben voor alle werkzaamheden en activiteiten om een zaak of goed in stand houden.

    • Beherende vennoot

      Een persoon die bevoegd is om namens een vennootschap op te treden en werkzaamheden te verrichten die de vennootschap in stand houden. De beherende vennoot is aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap.

    • Belanghebbende

      Een betrokkene bij een besluit of een geschil met daarbij een (rechtstreeks) belang. Alleen een persoon die een belang heeft (die schade heeft geleden, of bijvoorbeeld door een besluit van de overheid geraakt wordt), kan partij worden in een gerechtelijke procedure of rechtszaak.

    • Belasting

      Een verplichte bijdrage aan een overheid.

    • Beloning

      Het loon of salaris dat een werknemer ontvangt voor diensten en arbeid.

    • BEM rekening

      Het smartengeld (tegemoetkoming) en de vergoeding van eventuele toekomstige schade voor een minderjarige in een letselschadezaak. Dit bedrag wordt gestort op een rekening die beschermd is met een zogenaamde BEM clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Tot de leeftijd van achttien jaar kan de minderjarige en zijn of haar ouders alleen met toestemming van de rechter over het geld beschikken.

    • Bemiddelaar

      Een onafhankelijk persoon die personen en groepen, die in conflict zijn met elkaar, weer verenigt of een overeenkomst tussen partijen tot stand brengt.

    • Bemiddeling

      Het bij elkaar brengen van personen en groepen die in conflict met elkaar zijn of om een overeenkomst tot stand te brengen.

    • Bemiddelingsovereenkomst

      Een overeenkomst waarin de opdrachtnemer toezegt om als tussenpersoon op te treden (bemiddelen) bij het tot stand brengen van overeenkomst(en) tussen zijn of haar opdrachtgever en andere partijen.

    • Benadeelde

      De persoon die schade heeft geleden.

    • Beperkte aansprakelijkheid

      Aansprakelijkheid die beperkt is tot een maximumbedrag. Bijvoorbeeld de aansprakelijkheid van leden van een coöperatie is beperkt tot het in de statuten (voorschriften) vermelde maximumbedrag.

    • Beperkte rechten

      Zijn rechten die afgeleid zijn van meeromvattende of onbezwaarde rechten. Voorbeelden zijn: vruchtgebruik, pand en hypotheek, ook wel zakelijke rechten genoemd. Deze rechten zijn afgeleid van het eigendomsrecht op een pand of gebouw.

    • Beperkte zekerheidsrechten

      Zijn rechten die bijvoorbeeld een bank vraagt bij het verstrekken van leningen. Deze rechten stellen de terugbetaling van de lening, rente en kosten veilig. Voorbeelden van zekerheidsrechten zijn: borg, garantie, hypotheek, onderpand persoonlijke zekerheid.

    • Beroep

      Het verzoek aan een hogere rechtsprekende instantie om een eerdere uitspraak of vonnis van een lagere rechtsinstantie opnieuw te beoordelen. Hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank heet appèl.

    • Beroepschrift

      Schriftelijk stuk waarmee beroep wordt ingesteld.

    • Beschermingsconstructie

      Rechtelijke constructie waarmee een beursgenoteerde onderneming of bedrijf zich kan beschermen tegen ‘vijandige’ (onvrijwillige) overnames door een andere onderneming.

    • Beschikken

      Over iets (een goed of zaak) zelfstandig en vrij kunnen beslissen omdat men het bezit ervan heeft.

    • Beschikking

      Uitspraak van een bestuurs- of overheidsorgaan. Bijvoorbeeld een verkeersboete van het Centraal Justitieel Incassobureau.

    • Beschikkingsbevoegd

      Het recht om over een goed of zaak te beschikken en deze te kunnen verkopen en overdragen.

    • Beschikkingshandelingen

      Handelingen die een persoon kan uitvoeren omdat deze het recht heeft om over een zaak te beschikken.

    • Beschikkingsonbevoegd

      Niet bevoegd zijn (niet het recht hebben) om te beschikken over een goed of zaak of deze te kunnen verkopen.

    • Beslag

      Het door een schuldeiser in beslag nemen van bepaalde zaken. Het is een dwangmiddel waarmee de schuldeiser een schuldenaar kan dwingen zijn schuld te betalen. Zie ook conservatoir en executoriaal beslag.

    • Besloten Vennootschap (BV)

      Een rechtspersoon (onderneming of bedrijf) met vennoten (aandeelhouders) die ieder één of meer aandelen hebben. Besloten houdt in dat de aandelen op naam van de aandeelhouder staan, de persoon van de aandeelhouder is dus bekend bij de BV.

    • Besloten Vennootschap in oprichting

      Een Besloten Vennootschap (BV) in oprichting heeft nog geen rechtspersoonlijkheid. Rechtshandelingen die gedurende deze periode worden verricht binden de BV pas wanneer de BV daadwerkelijk is opgericht en de rechtshandelingen zijn bekrachtigd.

    • Bestek

      Het plan, nauwkeurige omschrijving en tekening van een bouwwerk voor de bouw (materialen, plattegronden enz.)

    • Bestemmingsplan

      Het plan waarin de gemeenteraad de inrichting en bestemming van een bepaald gebied vaststelt.

    • Bestuur

      Beheren en beschikken.

    • Bestuurdersaansprakelijkheid

      Beleidsverantwoordelijkheid van bestuurders van een onderneming, bedrijf of organisatie.

    • Bestuursdwang

      Het optreden door een bestuursorgaan (overheid) tegen activiteiten die in strijd zijn met de wet.

    • Bestuursorgaan

      Orgaan of instelling, verantwoordelijk voor het uitvoeren van wetten. Bijvoorbeeld het College van Burgemeester en Wethouders.

    • Bestuursrecht

      De regels die gelden voor de werkwijze van overheden zelf (bestuursorganen of instellingen) en de regels die gelden tussen overheid en burgers en de handhaving (ervoor zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt) hiervan.

    • Bestuursrechtspraak

      Rechtspraak in het bestuursrecht. Dus rechtspraak (het vormen van een oordeel/beslissing/besluit) over geschillen of kwesties tussen burgers en de overheid, niet het strafrecht.

    • Betalingsregeling

      Zie afbetalingregeling

    • Betekenen

      Het uitreiken van bijvoorbeeld een dagvaarding, verzoekschrift of een beschikking door een deurwaarder.

    • Betekening

      Overhandiging van gerechtelijke stukken door bijvoorbeeld een deurwaarder.

    • Bevolkingsregister

      Bestand waarin alle inwoners van een gemeente volgens de wet worden opgenomen en waarin wijzingen van de bevolkingssamenstelling worden bijgehouden. Denk aan geboortedatum, adressen, verhuizingen.

    • Bewijslast

      Verplichting tot het leveren van bewijs.

    • Bewijsstukken

      Een schriftelijk stuk dat als bewijs kan dienen voor de juistheid van iets wat door een partij gesteld wordt. Dit kan een gewaarmerkt of ondertekend stuk zijn. Het kan ook een voorwerp zijn.

    • Bewind

      Het beheer over een vermogen of over een bedrijf namens iemand die failliet is gegaan of die niet in staat is om zelf het beheer te voeren. Namens iemand die failliet is gegaan of die niet in staat is om zelf het beheer te voeren.

    • Bewindvoerder

      Een persoon (dit mag zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn) die (meestal) door een rechter wordt benoemd om onder andere geldzaken te regelen voor een iemand die dat zelf niet kan.

    • Bezwaar

      Procedure of gerechtelijke actie in het bestuursrecht. Met het maken van bezwaar geeft iemand aan dat hij of zij het ergens niet mee eens is.

    • Bezwaarschrift

      Schriftelijk stuk waarmee bezwaar wordt gemaakt.

    • Bij voorraad uitvoerbaar

      De uitspraak of het vonnis kan direct uitgevoerd worden, ook al is hoger beroep nog mogelijk.

    • Bijzondere titel

      Reden van het krijgen van goederen. Goederen worden onder ‘bijzondere titel’ verkregen door overdracht (geven), verjaring (wanneer iemand na verloop van tijd geen recht meer heeft op de goederen) en onteigening (goederen die verplicht verkocht worden aan de overheid).

    • Bindend advies

      Overeenkomst waarin partijen afspreken zich neer te zullen leggen bij een voor hen bindende (verplicht op te volgen/verplicht uit te voeren) uitspraak van een derde partij.

    • BKR

      Bureau Krediet Registratie.

    • Bloedverwanten

      Personen die een gemeenschappelijke voorouder hebben (bijvoorbeeld broer en zus). Of personen die direct van elkaar afstammen (bijvoorbeeld vader en zoon).

    • Bloedverwanten in de rechte lijn

      De lijn die bestaat uit een reeks opvolgingen van ouder en kind of omgekeerd.

    • Bloedverwanten in de zijlijn

      Lijn die is ontstaan door de verwantschap tussen broers en zussen en hun kinderen.

    • Blokkeringsregeling

      De overdracht (onder andere verkoop) van aandelen kan volgens de statuten (reglementen) van een vennootschap of bedrijf (besloten vennootschap en naamloze vennootschap) beperkt worden.

    • Bodembeslag

      Het beslag dat de belastingdienst legt op alle roerende zaken (bijvoorbeeld de inboedel van de woning) die zich bevinden op de grond van een persoon die zijn of haar belasting niet betaalt. Bijvoorbeeld: Meneer X. heeft zijn bank staan in de woning van meneer Y. Als meneer Y. een belastingschuld heeft dan kan de belastingdienst beslag leggen op de bank van meneer X puur vanwege het feit dat deze bank zich op de 'bodem' van meneer Y. bevindt.

    • Bodemprocedure

      Procedure of gerechtelijke actie waarin de rechter een definitieve uitspraak doet.

    • Bodemrecht (van de fiscus)

      Recht van de belastingdienst om belastingen bij voorrang te verhalen op de roerende zaken op de bodem van het perceel of terrein van een persoon die zijn of haar belastingschuld niet betaalt.

    • Bodemverontreiniging

      Verontreiniging van de grond door afvalstoffen, ook wel bodemvervuiling genoemd.

    • Boedel

      Alle roerende goederen (bijvoorbeeld bank, kast, stoel) van een persoon.

    • Boedelscheiding

      Verdeling van een boedel. Bijvoorbeeld na overlijden van een echtgenoot of bij een echtscheiding.

    • Boetebeding

      Een bepaling in een overeenkomst waarin een boete is vermeld. Meestal moet de boete betaald worden als een andere bepaling in de overeenkomst wordt overtreden.

    • Boeterente

      Rente die betaald moet worden als je je hypotheek niet op tijd aflost of als je een groter bedrag aflost dan vast is gesteld in de hypotheekvoorwaarden.

    • Boom/struik

      Een boom bestaat vanaf de grond uit één stam. Een struik wordt gevormd door meerdere scheuten of takken vanaf de grond.

    • Borg

      Een persoon die belooft de schuld van een ander te betalen als de ander deze schuld niet voldoet. Meestal wordt hiervoor een zogenaamde akte van borgtocht opgesteld. Dit is een schriftelijk stuk waarin de afspraken over borg worden beschreven.

    • Borgtocht

      Ook wel borg genoemd. Voorbeelden zijn waarborgsom, garantie, onderpand.

    • Borgtochtovereenkomst

      Een overeenkomst waarin een borg is afgesproken.

    • Bouwvergunning

      Een vergunning van Burgemeester en Wethouders van een gemeente om te mogen (ver)bouwen.

    • Bruikleen

      Het voor bepaalde tijd aan een ander afstaan van een zaak of goed.

    • Bruikleenovereenkomst

      Een overeenkomst waarin de ene partij een zaak of goed voor bepaalde tijd afstaat aan de ander.

    • BTW

      De belasting over de toegevoegde waarde. Zie ook omzetbelasting.

    • Buitengerechtelijk

      Zonder inschakeling van de rechter.

    • Buitengerechtelijke incassokosten

      Kosten die je maakt om zonder tussenkomst van een rechter voldoening van je vordering te verkrijgen.

    • Buitengerechtelijke kosten

      Kosten die gemaakt worden voordat een procedure of gerechtelijke actie wordt gestart. De rechter bepaalt of deze kosten ook moeten worden vergoed door de ‘verliezende’ partij.

    • Burenrecht

      De rechten en verplichtingen die gelden tussen buren van aan elkaar grenzende erven.

    • Burgerlijk recht

      Alle rechten en plichten die gelden tussen personen (mensen) en andere personen of rechtspersonen (bijvoorbeeld besloten vennootschap en naamloze vennootschap).

    • BV

      Besloten vennootschap.

    • BW

      Burgerlijk Wetboek.

  • Terug naar boven

  • C

    • CAO (Collectieve ArbeidsOvereenkomst)

      Is een collectieve arbeidsovereenkomst tussen werkgeversverenigingen namens de werkgevers en de vakbond namens de werknemers die lid zijn van de vakbond. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over de hoogte van het salaris, vakantiedagen, overwerk en pensioen. In een cao staan alleen de arbeidsvoorwaarden die gelden voor alle (of groepen) werknemers. De afspraken die voor een afzonderlijke werknemer gelden, zoals de hoogte van het beginsalaris, worden vastgelegd in de individuele arbeidsovereenkomst.

    • Cassatie

      Hoger beroep bij de Hoge Raad tegen een beslissing van een lagere rechter. Vernietiging van een vonnis of uitspraak.

    • Casus

      Het onderwerp waar het in een rechtszaak om gaat. Ook wel de inhoud en aanleiding van het probleem of meningsverschil.

    • Casuspositie

      Toedracht van een praktijkgeval of kwestie.

    • Causaal verband

      Het verband tussen oorzaak en gevolg.

    • Cedent

      Iemand die een vordering op een ander overdraagt. Voorbeeld: A heeft van B geld geleend, de vordering kan B overdragen (cederen) aan C. A moet dan aan C terugbetalen.

    • Centrale Raad van Beroep

      Hoogste rechterlijke instantie in sociale verzekeringsrechtprocedures en ambtenarenrechtprocedures.

    • Cessie

      De overdracht van een vordering of schuld op een ander. Voorbeeld: A heeft van B geld geleend, de vordering kan B overdragen aan C. A moet dan aan C terugbetalen.

    • Cessionaris

      Een persoon of instelling die via een cessie één of meer vorderingen van een cedent overneemt.

    • Civiel recht

      Of burgerlijk recht. Alle rechten en plichten die gelden tussen personen (mensen) en andere personen of rechtspersonen (bijvoorbeeld besloten vennootschap en naamloze vennootschap).

    • CJIB

      Centraal Justitieel Incassobureau.

    • Clausule

      Bepaling in een overeenkomst of schriftelijk stuk waarin een bijkomende voorwaarde is beschreven.

    • Codicil

      Een schriftelijke verklaring, die door een persoon zelf wordt opgesteld, van een datum wordt voorzien en ondertekend. In een codicil wordt vaak beschreven wat er na het overlijden van die persoon moet gebeuren met zijn of haar spullen.

    • Collectieve aansprakelijkheid

      De aansprakelijkheid van leden van een groep voor het handelen van die groep als geheel.

    • College van Beroep van het Bedrijfsleven

      Hoogste rechterlijke instantie in bestuursrechtelijke procedures.

    • Colportage

      Het huis-aan-huis verkopen van zaken. Ook de verkoop tijdens bijvoorbeeld tupperware-bijeenkomsten, bustochtjes of demonstraties vallen onder het begrip colportage.

    • Commanditaire vennoot

      Ook wel stille vennoot genoemd. Een stille vennoot houdt zich niet bezig met de bedrijfsactiviteiten en is slechts aansprakelijk voor het bedrag dat hij ingebracht heeft. Een commanditaire vennootschap is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen waarbij een of meer personen uitsluitend als geldverschaffer optreden. De andere vennoten houden zich bezig met de bedrijfsactiviteiten.

    • Comparitie

      Het op verzoek van de rechter verschijnen van de partijen (eiser en gedaagde met eventueel hun advocaten of vertegenwoordigers) tijdens een rechtszaak. Meestal wil de rechter een bijeenkomst van partijen om meer informatie te krijgen over het geschil. Of om te onderzoeken of partijen bereid zijn om toch onderling een oplossing te vinden.

    • Conceptdocument

      Een schriftelijk stuk dat nog niet definitief is.

    • Conclusie

      Een schriftelijk stuk waarin tijdens een rechtszaak het standpunt van een partij aan de rechter wordt toegelicht.

    • Conclusie van antwoord

      Een schriftelijk stuk waarin de gedaagde tijdens een rechtszaak (burgerlijk proces) verweer voert (zichzelf verdedigt) tegen de beschuldigingen van de eiser die vast zijn gelegd in de dagvaarding. De volgorde in een rechtszaak over burgerlijk recht is: conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek, conclusie van dupliek.

    • Conclusie van dupliek

      Een schriftelijk stuk waarin de gedaagde tijdens een rechtszaak (burgerlijk proces) antwoordt op de conclusie van repliek van de eiser. De volgorde in een rechtszaak over burgerlijk recht is: conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek, conclusie van dupliek.

    • Conclusie van eis

      Een schriftelijk stuk (in een civiele procedure: de dagvaarding) waarin de eiser tijdens een rechtszaak (burgerlijk proces) beschrijft wat hij of zij eist of vordert van de gedaagde. De volgorde in een rechtszaak over burgerlijk recht is: conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek, conclusie van dupliek.

    • Conclusie van repliek

      Een schriftelijk stuk waarin de eiser tijdens een rechtszaak (burgerlijk proces) het verweer (de verdediging) van de gedaagde in de conclusie van antwoord tegenspreekt. De volgorde in een rechtszaak over burgerlijk recht is: conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek, conclusie van dupliek.

    • Concurrentiebeding

      Clausule in een arbeidsovereenkomst die een werknemer verbiedt om, na beëindiging van de overeenkomst, soortgelijk werk bij een andere werkgever uit te voeren.

    • Condemnatoir (vonnis)

      Een vonnis of uitspraak waarin iemand veroordeeld wordt om iets te doen, te betalen of juist iets niet te doen.

    • Configuratie

      De apparaten en de programmatuur die samen het computersysteem vormen.

    • Conformiteiteis

      Hiermee wordt bedoeld dat een gekochte zaak die eigenschappen moet bezitten die de koper redelijkerwijs mocht verwachten. Daarom is bijvoorbeeld in de koopovereenkomst van een woning meestal opgenomen dat de koper het gekochte als woning gaat gebruiken. Het gekochte moet dan ook als woning gebruikt kunnen worden.

    • Conservatoir beslag

      Met toestemming van een rechter en voor de start van een rechtszaak, beslag leggen of vastzetten van goederen of geld van de schuldenaar. Hierdoor kan de schuldenaar geld en goederen niet ‘wegsluizen’ om aan betaling van zijn schuld te ontkomen.

    • Constitutie

      Grondwet. Een wet waarin de belangrijkste regels, wettelijke bepalingen van ons land kort zijn omschreven.

    • Consument

      Natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

    • Consumentencoöperatie

      Een samenwerkingsverband waarbij de leden goederen kopen van de coöperatie die deze voor de leden gezamenlijk heeft ingekocht.

    • Consumentenkoop

      De koop van een roerende zaak (bijvoorbeeld televisie, auto) die wordt gesloten door een persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (verkoper) en een koper. De koper, natuurlijk persoon, handelt hierbij niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

    • Contract

      Een schriftelijke overeenkomst.

    • Contractuele aansprakelijkheid

      De aansprakelijkheid die beschreven is in een contract of overeenkomst.

    • Contractuele rente

      Rente die in een schriftelijke overeenkomst is vastgesteld.

    • Contradictoir vonnis

      Een uitspraak van de rechter in een rechtszaak waarin partijen het niet met elkaar eens zijn.

    • Contra-enquête

      Een getuigenverhoor op verzoek van een van de partijen in een rechtszaak. Dit verhoor wordt aangevraagd in de hoop dat die getuige(n) wat anders verklaren dan de eerder op verzoek van de tegenpartij gehoorde getuige(n).

    • Contra-expert

      Een deskundige die wordt ingeschakeld om de mening en advies van een andere deskundige te beoordelen.

    • Contra-expertise

      Tegenonderzoek.

    • Contragarantie

      Als iemand een bank vraagt een garantie te geven, dan zal de bank die persoon vragen een contragarantie af te geven. In deze contragarantie verklaart hij of zij dat alles wat de bank op grond van de bankgarantie aan een derde uitbetaalt, ook aan de bank wordt terugbetaald.

    • Contragarantie voor de garantiestellende bank

      Met de contragarantie verplicht iemand zich onherroepelijk (definitief besloten, kan niet meer veranderd worden)om de bank het bedrag te betalen dat op basis van de garantie wordt uitbetaald aan een derde.

    • Conventie

      Als in reactie op de eis van de eiser in een rechtszaak een tegeneis van de gedaagde volgt, dan noemt men de eerste eis de eis in conventie. De tweede eis heet de eis in reconventie. De eiser (in conventie) wordt dan gedaagde in reconventie en omgekeerd.

    • Coöperatie

      Een vorm van samenwerking tussen zelfstandige ondernemingen of bedrijven in een gemeenschappelijke onderneming. Voorbeelden zijn veiling- en inkoopcoöperaties. De activiteiten van de coöperatie komen ten goede aan de samenwerkende ondernemingen of bedrijven.

    • Copyright

      Het recht van de maker van literatuur, kunst of wetenschap om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn werk openbaar wordt gemaakt of verveelvoudigd. Ook wel auteursrecht genoemd.

    • Correctiefactor

      Het getal waarmee een resultaat moet worden verbeterd of aangevuld.

    • Coulancehalve vergoeding

      Het vergoeden van schade los van een jurisdische verplichting.

    • Courtage

      Geld dat bijvoorbeeld een makelaar krijgt als door zijn bemiddeling een contract wordt gesloten.

    • Crediteur

      Een persoon of onderneming die een vordering heeft op een ander persoon of onderneming.

    • CRvB

      Centrale Raad van Beroep.

    • CSV

      Coördinatiewet Sociale Verzekering.

    • Ctsv

      College van toezicht sociale verzekeringen.

    • Cumulatief beslag

      Beslag of vastzetten van goederen of geld nadat een eerdere schuldeiser op dezelfde zaken al beslag heeft gelegd. De tweede (cumulatief) beslaglegger deelt dan meestal mee in de opbrengst als de goederen worden verkocht en geld beschikbaar komt.

    • Cumulatief preferent aandeel

      Een aandeel dat recht geeft op uitkering van het totale achterstallige (cumulatieve) dividend (winst). Pas daarna mogen dividend- of rente uitkeringen aan anderen worden gedaan.

    • Curatele

      Een maatregel om iemand te beschermen die niet in staat is voor zichzelf te zorgen door bijvoorbeeld een psychische stoornis. De rechter benoemt dan een curator die zijn of haar geld en goederen beheert.

    • Curator

      Een door de rechtbank benoemde gerechtelijke toezichthouder en beheerder van de boedel bij faillissement van een persoon of onderneming. Een curator kan ook een voogd zijn over een meerderjarige die niet in staat is om voor zichzelf te zorgen. Naast de financiële beslissingen gaat de curator ook over de persoonlijke beslissingen (bijvoorbeeld verzorging) van de persoon die onder curatele gesteld is.

  • Terug naar boven

  • D

    • Dadelijk opeisbaar

      Een schuld of vordering die direct kan worden geïnd.

    • Dading

      Schriftelijke overeenkomst waarbij partijen de afspraak maken om de rechtszaak te beëindigen en zelf het probleem op te lossen (schikken).

    • Dagvaarding

      Een schriftelijk stuk dat bezorgd wordt door een deurwaarder aan de tegenpartij waarin de start van een rechtszaak of procedure wordt aangekondigd. In de dagvaarding staat verder wie de procespartijen zijn, wat het geschil is, wat de beschuldigingen zijn en wanneer en bij welke rechter de zaak behandeld wordt.

    • Debiteur

      Een persoon of bedrijf met een schuld aan een ander persoon of bedrijf.

    • Debitor cessus

      Een schuldenaar die door een cessie een bedrag aan een ander persoon dan de oorspronkelijke schuldeiser verschuldigd is.

    • Decharge

      Het goedkeuren van het financiële beleid van het bestuur van een instelling of organisatie.

    • Declaratiebasis

      De door bijvoorbeeld werknemers gemaakte onkosten moeten door kassabonnen aangetoond kunnen worden om voor vergoeding in aanmerking te komen.

    • Declaratoir vonnis

      Een vonnis of uitspraak waarin de rechter de rechten en plichten van de partijen in een rechtszaak vaststelt. Bijvoorbeeld de vaststelling dat na de scheiding een van de ex-echtgenoten alimentatie moet betalen.

    • Delegatie

      De overdracht van bevoegdheden en taken aan een ander persoon of personen door een persoon die hiervoor bevoegd is. Bijvoorbeeld: A heeft een schuld aan B en met toestemming van B neemt C die schuld over. C moet nu betalen.

    • Delict

      Een strafbaar feit.

    • Deponeren (van een merk)

      Een merk aanbieden om in te schrijven in een openbaar register.

    • Depositorente

      Rente over in bewaring gegeven geld bij een bank.

    • Depot

      ‘In depot geven' betekent in bewaring geven van meestal waardepapieren bij een bank of handelaar in effecten.

    • Depotnummer Kamer van Koophandel

      Het registratienummer waaronder een bedrijf bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven.

    • Derdenbeslag

      Het leggen van beslag op goederen of geld van een partij die een schuld heeft bij de gedaagde of schuldenaar.

    • Deskundigen onderzoek

      Een onderzoek door een of meer deskundigen. Bijvoorbeeld het vaststellen van de omvang van een schade door een deskundige of expert.

    • Deurwaarder

      Ambtenaar die onder andere verantwoordelijk is voor het uitbrengen van dagvaardingen en andere officiële schriftelijke stukken.

    • Deurwaarders exploot

      Verzamelnaam voor officiële schriftelijke stukken die uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder kunnen worden uitgebracht. Bijvoorbeeld een dagvaarding.

    • Dienstbetrekking

      Arbeidsverhouding die beschreven is in een overeenkomst waarbij de werknemer in dienst treedt bij de werkgever. Hij of zij zal arbeid verrichten voor loon of salaris voor een afgesproken tijd.

    • Directeur

      Hoofd van een onderneming of bedrijf.

    • Dividend

      Winstuitkering aan aandeelhouders in de vorm van aandelen. Als er sprake is van een keuzedividend, dan kan de aandeelhouder kiezen tussen een uitkering in contanten (geld) of in aandelen.

    • Domicilie

      Woon- of feitelijke verblijfplaats.

    • Domiciliekeuze

      Keuze van de woon- of feitelijke verblijfplaats.

    • Due diligence

      Is een boekhoudkundig onderzoek dat de sterke en zwakke punten, risico’s en kansen van een bedrijf in kaart brengt. Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd op verzoek van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die het bedrijf wil overnemen.

    • Dupliek

      Het antwoord van de gedaagde op de conclusie van repliek van de eiser in een rechtszaak. De volgorde is conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek, conclusie van dupliek.

    • Dwaling

      Bij dwaling is er sprake van een onjuiste voorstelling van zaken. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling zou bij een juiste voorstelling van zaken niet zijn gesloten.

    • Dwangbevel

      Een officieel schriftelijk stuk dat afgegeven wordt door een deurwaarder. In een dwangbevel staat meestal dat er snel geld betaald moet worden. Heeft meestal grote spoed!

    • Dwangsom

      Geld dat iemand moet betalen als hij of zij niet doet wat in een vonnis of uitspraak van een rechter is bepaald.

    • Dwingend bewijs

      Bewijs dat de rechter niet opzij mag zetten.

    • Dwingend recht

      Bepalingen in de wet die altijd gelden. Ook al spreken partijen in een overeenkomst iets anders af: de wet gaat dan voor.

  • Terug naar boven

  • E

    • Echtscheidingsconvenant

      Een regeling of overeenkomst waarin de financiële gevolgen, de zorg voor en het bezoek aan (eventuele) kinderen na een echtscheiding wordt geregeld.

    • Een exclusiviteit (clausule)

      Bepaling in een overeenkomst of schriftelijk stuk waarin een bijkomende voorwaarde is beschreven. Ook wel een beding genoemd.

    • Eenmanszaak

      Een bedrijf met slechts één natuurlijk persoon als eigenaar.

    • EER

      Europese Economische Ruimte.

    • Eerste aanmaning

      De eerste brief die een persoon eraan herinnert dat hij of zij gemaakte afspraken na moet komen.

    • Effecten

      Een aandeel, obligatie of ander waardepapier dat uitgegeven wordt door een overheidsorganisatie of een onderneming.

    • EG

      Europese Gemeenschap.

    • Eigendomsvoorbehoud

      Verkoopt iemand (roerende) goederen, dan blijft hij of zij eigenaar van het goed totdat de koopsom is betaald, ook al is het goed al overgedragen aan de koper.

    • Eis in conventie

      De eis of vordering die de eiser aan het begin van de procedure of rechtszaak indient.

    • Eis in reconventie

      ​De eis of vordering die de gedaagde op zijn of haar beurt indient tegen de eis of vordering van de eiser.

    • Eiser

      De partij die een procedure of rechtszaak is gestart.

    • Emissie

      Uitgifte van aandelen door een onderneming of vennootschap (besloten vennootschap of naamloze vennootschap).

    • Endossement

      Het overdragen van een schriftelijk stuk (waardepapier) door op het stuk zelf een handtekening en de naam van de persoon die het schriftelijke stuk overdraagt, te plaatsen.

    • Enquête

      Getuigenverhoor.

    • Erfafscheiding

      De afscheiding tussen twee naast elkaar gelegen percelen of erven, zoals een schutting, muur of haag.

    • Erfbelasting

      Belasting over een ontvangen (deel van een) erfenis. Vroeger noemde men dit ook wel successierecht.

    • Erfdienstbaarheid

      Het recht om iets te mogen op een perceel of terrein van een ander. Bijvoorbeeld het recht om over het perceel van een ander te rijden of te lopen.

    • Erflater

      De persoon die een erfenis nalaat.

    • Erfmaking

      Iemand tot erfgenaam (persoon aan wie een erfenis wordt nagelaten) benoemen.

    • Erfpacht

      Het recht om tegen betaling op de grond van een ander een gebouw te bouwen en te bezitten.

    • Erfpachtcanon

      Het bedrag dat een erfpachter jaarlijks moet betalen aan de partij die het erf verpacht.

    • Executie

      De uitvoering van een vonnis of rechterlijke uitspraak.

    • Executiegeschil

      Een geschil over de uitvoering van een vonnis of rechterlijke uitspraak.

    • Executoriaal beslag

      Beslag op goederen of geld naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak of vonnis in een burgerlijk proces.

    • Executoriale titel

      Een schriftelijk stuk waarmee zonder inschakeling van een rechter beslag op goederen of geld gelegd kan worden. Voorbeelden zijn: een rechterlijk vonnis, dwangbevel en authentieke akte.

    • Exoneratieclausule

      Een bepaling in een overeenkomst waarin een van de partijen aangeeft niet aansprakelijk te zijn, zijn aansprakelijkheid uitsluit.

    • Expertise

      Ook wel deskundigenonderzoek genoemd. Een onderzoek door een of meer deskundigen. Bijvoorbeeld het vaststellen van de omvang van een schade door een deskundige of expert.

    • Exploitatie

      Het beheren van een zaak of goed om er winst mee te maken.

    • Exploitatieverordening

      Een gemeentelijke regeling waarin is beschreven hoe bepaalde grond of terreinen in de gemeente gebruikt mogen worden, meestal voor bedrijfsactiviteiten.

    • Exploot

      Verzamelnaam voor officiële schriftelijke stukken die uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder kunnen worden uitgebracht. Bijvoorbeeld een dagvaarding.

    • Externe aansprakelijkheid

      Aansprakelijkheid van een bestuurder (van een bedrijf/onderneming) voor schade die derden lijden als gevolg van het handelen van de bestuurder.

  • Terug naar boven

  • F

    • Factuur

      Lijst van geleverde goederen, de berekende prijzen en de plaats en datum van de aflevering.

    • Faillissement

      Een rechterlijke uitspraak dat een bedrijf of persoon wegens betalingsonvermogen zijn bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt.

    • Faillissementsgriffie

      Secretariaat van de rechterlijke colleges die zich bezighoudt met faillissementen.

    • Faillissementszitting

      De rechtszitting van het rechterlijk college dat zich uitsluitend bezig houdt met faillissementen.

    • Fatale termijn

      Uiterste termijn waarin een handeling (bijvoorbeeld betalen) plaats moet vinden. Iemand is in verzuim als de fatale termijn is verstreken.

    • Fictieve opzegtermijn

      Deze termijn houdt in dat een werknemer bij ontslag niet direct een uitkering krijgt, maar dat UVW bekijkt wat de opzegtermijn is. Hierbij gaat UWV uit van de opzegtermijn van de werkgever, minus een maand.

    • Fiduciaire eigendomsoverdracht

      Overdracht van het eigendom van een materieel (stoffelijk) goed (vervoersmiddelen, inventaris) als onderpand voor een krediet (lening) aan kredietgever, terwijl het recht van gebruik van het goed bij de kredietnemer blijft.

    • Finale kwijting

      De schriftelijke afspraak tussen partijen dat het geschil is afgewikkeld en dat er over en weer niks meer van elkaar te vorderen is.

    • Financiële bijsluiter

      Schriftelijk stuk dat de koper voor aankoop van een financieel product kosteloos ontvangt. Hierin zijn de belangrijkste kenmerken en risico’s van het product beschreven.

    • Financiën

      Alles wat met geld te maken heeft. Geldmiddelen.

    • Fiscalist

      Een specialist in belastingzaken.

    • Flexwerkers

      Werknemers zonder vaste baan of dienstverband. Bijvoorbeeld oproepkrachten of zogenaamde 'stand-by'-werkers.

    • Franchise

      Een drempelbedrag of percentage dat bijvoorbeeld in verzekeringspolissen vermeld wordt. Schadebedragen die onder de drempel blijven, worden door de verzekeraar niet uitgekeerd.

    • Franchising

      Franchising is een samenwerkingsvorm tussen verschillende natuurlijke- of rechtspersonen: de franchisenemers. Op basis van schriftelijk vastgelegde afspraken met de franchisegever (een derde) mogen en moeten zij tegen betaling gebruik maken van een pakket diensten en producten en imago dat de franchisegever aanbiedt. Een voorbeeld is Mc Donald’s. Dit bedrijf zorgt voor de inrichting, de reclame, de aankleding. De eigenaar van het restaurant moet als tegenprestatie een deel van zijn opbrengst aan McDonald's afdragen.

    • Freelance

      Iemand die werk uitvoert in opdracht van een ander zonder dat er sprake is van een dienstverband. De freelancer moet zelf voor zijn verzekering, pensioen en belastingafdracht zorgen.

    • Fusie

      Het samengaan van twee of meer ondernemingen of bedrijven in een nieuwe onderneming.

  • Terug naar boven

  • G

    • Gedaagde

      De partij tegen wie een procedure of rechtszaak is gestart.

    • Gedeputeerde Staten

      Dagelijks bestuur van de provincie, dat onder andere belast is met toezicht op gemeentebesturen.

    • Geding

      Proces.

    • Geheimhoudingsovereenkomst

      Schriftelijke afspraak tussen partijen over geheimhouding van bepaalde zaken. Op overtreding hiervan staat een boete.

    • Geïntimeerde

      Gedaagde in een hoger beroeps- of verzoekschriftprocedure.

    • Geldlening

      Het opnemen van geld (meestal) tegen rente.

    • Geldlening

      Een overeenkomst waarbij de geldlener zich verplicht het geleende bedrag terug te betalen, meestal met een daarbij afgesproken rente.

    • Gemachtigde

      Iemand die als vertegenwoordiger namens een partij optreedt in een procedure.

    • Gemeenschap van goederen

      Is een manier van trouwen (of aangaan van een geregistreerd partnerschap) waarbij alle goederen en schulden van beide echtgenoten (of geregistreerd partners) zijn. Bij een scheiding hebben beide (ex) echtgenoten recht op de helft van alle goederen en schulden.

    • Geopposeerde

      De partij tegen wie een verzetsprocedure is gestart. Dit is een rechtszaak waar deze partij in eerste instantie niet aanwezig was.

    • Geplaatst kapitaal

      Het vermogen, de bezittingen minus de schulden van een persoon of onderneming. Geplaatst aandelenkapitaal is het bedrag waarvoor aandelen zijn uitgegeven door een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap.

    • Gerecht in eerste aanleg

      Het gerecht waar iemand een procedure of rechtszaak start.

    • Gerechtelijke fase

      Als een schuldenaar niet vrijwillig de schuld betaalt, kan de schuldeiser de rechter inschakelen om de schuld te innen. Vanaf dat moment start de gerechtelijke fase. Blijft betaling dan nog uit, dan kan de schuldeiser maatregelen nemen zoals beslaglegging en faillissementsaanvraag.

    • Gerechtshof

      Gerecht voor zaken in hoger beroep.

    • Gerekwestreerde

      De partij in een rechtszaak tegen wie een verzoekschrift is ingediend.

    • Gerekwireerde

      De partij in een rechtszaak of procedure waar wat van gevorderd wordt.

    • Geschil

      Punt waarover men het niet eens kan worden. Of een verschil van mening.

    • Gesponsorde

      Persoon of instantie die een bijdrage in geld of materialen ontvangt van een geldschieter (sponsor) om bijvoorbeeld een evenement of een project te kunnen organiseren en betalen.

    • Gestaffeld percentage

      Volgens deze wijze van rente berekenen, wordt bij elke wijziging van de schuld over het nieuwe schuldbedrag rente berekend voor de periode dat dit bedrag onveranderd blijft.

    • Gestort kapitaal

      Het bedrag waarvoor aandelen zijn uitgegeven door een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap.

    • Getuigenverhoor

      Het ondervragen van personen (getuigen) door de rechter.

    • Getuigschrift

      Schriftelijk stuk waarin meestal een werkgever een beoordeling geeft over de prestaties en kwaliteiten van een werknemer en de aard en duur van de dienstbetrekking.

    • Gevolgschade

      Schade die voortvloeit uit een gebeurtenis. Bijvoorbeeld waterschade ten gevolge van een gesprongen leiding.

    • Gezag van gewijsde

      Een uitspraak of vonnis van een rechter waaraan beide de partijen in een latere rechtszaak gebonden zijn.

    • Goede trouw

      Iemand handelt te goeder trouw wanneer hij bijvoorbeeld bij het aangaan van een overeenkomst uitgaat van een verkeerde voorstelling van zaken en niet op de hoogte was of hoefde te zijn van deze verkeerde voorstelling van zaken. Koop je een tv van iemand waarvan je weet dat hij niet de eigenaar is van de tv, dan handel je niet te goeder trouw. De daadwerkelijke eigenaar kan de tv van je terugvorderen. Was je niet op de hoogte (en hoefde je niet op de hoogte te zijn) van het feit dat de verkoper niet de eigenaar was, dan kan de daadwerkelijke eigenaar de tv niet zomaar terugvorderen.

    • Goedschrift

      Door een persoon zelf geschreven bevestiging van de hoogte van een schuld. Bijvoorbeeld: goed voor...(bedrag voluit) met rente en kosten.

    • Goodwill

      Het bedrag dat een onderneming of bedrijf waard is minus de materiële (stoffelijke) bezittingen en schulden. Deze waarde wordt gevormd door bijvoorbeeld persoonlijke kwaliteiten van de ondernemer of gunstige ligging van het bedrijfspand.

    • Grief

      Verweer op hetgeen de wederpartij in een procedure stelt.

    • Griffie

      Secretariaat van rechtbanken.

    • Griffiekosten

      Ook wel leges genoemd. Zijn kosten die partijen voor een rechtszaak aan de rechtbank moeten betalen.

    • Griffier

      Medewerker van het secretariaat van een rechtbank die onder andere verslagen maakt van rechtszittingen en de rechter ondersteunt bij het schrijven van een vonnis.

    • Griffierecht

      Bijdrage in de administratiekosten van rechtbanken.

    • Grondrechten

      Mensenrechten. Dit zijn rechten die van groot belang (fundamenteel) zijn voor de vrijheid van mensen. Bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, kiesrecht.

    • Grondwet

      In deze wet zijn de regels voor de regering en het Koninklijk Huis (staatsrecht) en de mensenrechten, zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, kiesrecht beschreven.

    • Grosse

      Het origineel van een vonnis, rechterlijke uitspraak of ander belangrijk schriftelijk stuk dat bestemd is voor de belanghebbende.

    • GSD

      Gemeentelijke Sociale Dienst.

  • Terug naar boven

  • H

    • Handelingsbekwaam

      <div>Is iemand die in staat is om zelfstandig rechtshandelingen uit te voeren. Bijvoorbeeld het kopen van een huis of het huren van een fiets.</div>

    • Handelingsonbekwaam

      Is iemand die niet in staat is om zelfstandig rechtshandelingen uit te voeren.

    • Handelsagent

      Een vertegenwoordiger die tegen betaling bemiddelt bij het verwerven van opdrachten. En overeenkomsten sluit op naam en voor rekening van een opdrachtgever.

    • Handelsnaam

      De naam waaronder een bedrijf of onderneming bekend is.

    • Handelsregister

      Openbaar register waarin besturen van bedrijven, stichtingen en verenigingen informatie over hun bedrijf moeten laten inschrijven.

    • Hardheidsclausule

      Bepaling in een wet of andere regelingen die het mogelijk maakt af te wijken van de wet of andere regelingen ten gunste van de belanghebbende.

    • Heemraadschap

      Een regionaal bestuursorgaan dat in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de waterhuishouding. Taken van het heemraadschap zijn onder andere het onderhoud van sloten, kanalen en dijken.

    • Herroepelijk

      Te herroepen. Een aanbod kan bijvoorbeeld herroepen worden als deze nog niet geaccepteerd is. Of zolang de termijn om te aanvaarden nog niet verlopen is.

    • Hoge Raad

      Hoogste rechterlijke instantie in Nederland.

    • Hoger Beroep

      Het verzoek aan een hogere rechtsprekende instantie om een eerdere uitspraak van een lagere rechtsinstantie opnieuw te beoordelen.

    • Hoofddebiteur

      De hoofdschuldenaar. Als er meerder schuldenaren zijn voor één schuld, bijvoorbeeld bij hoofdelijke aansprakelijkheid, dan is de oorspronkelijke schuldenaar de hoofddebiteur.

    • Hoofdelijke aansprakelijkheid

      Bij hoofdelijke aansprakelijkheid zijn alle personen met wie een overeenkomst is gesloten, afzonderlijk aansprakelijk voor de totale schuld. Als één van hen de hele schuld heeft afbetaald, zijn ook de andere schuldenaren vrij van schuld. De betalende schuldenaar kan meestal wel een deel van de schuld opeisen bij de overige schuldenaren.

    • Hoofdsom

      Het oorspronkelijke bedrag van een schuld zonder bijkomende kosten als incasso- of administratiekosten.

    • Hoorzitting

      Mondelinge, openbare gedachtewisseling over een besluit van een gemeente, provincie of andere overheidsinstelling.

    • HR

      Hoge Raad.

    • Huishoudelijk reglement

      Een schriftelijk stuk waarin de dagelijkse aangelegenheden van een rechtspersoon (onderneming, bedrijf) zijn vastgelegd.

    • Huur

      Afspraken over het tijdelijk gebruik van goederen of zaken tegen betaling. Het tijdelijk gebruik van landbouwpercelen valt hier niet onder. Dit wordt pacht genoemd.

    • Huurbeding

      Beding in een hypotheekakte dat bepaalt dat de hypotheekgever (degene die geld leent) het verbonden registergoed (onroerend goed, vliegtuig of schip) niet zonder toestemming van de hypotheeknemer (degene die geldt uitleent) mag verhuren.

    • Huurcommissie

      Commissie die adviseert en uitspraken doet in geschillen tussen huurder en verhuurder van woonruimte over onder andere de hoogte van huurprijzen en servicekosten.

    • Huurcontract

      Overeenkomst waarin afspraken over het tijdelijk gebruik van goederen of zaken tegen betaling zijn vastgelegd. Het tijdelijk gebruik van hoeven en gronden voor landbouwpercelen vallen niet onder deze afspraken. Dit wordt pacht genoemd.

    • Huurkoop

      Koop en verkoop op afbetaling waarbij de koper na betaling van de laatste termijn pas eigenaar wordt.

    • Huwelijkse voorwaarden

      Is een manier van huwen (trouwen)waarbij de echtgenoten afspraken maken over het recht op bezittingen en inkomen.

    • Huwelijksgoederenregime

      De afspraken die gelden tussen echtgenoten of personen die een samenlevingscontract met elkaar hebben gesloten over het recht op bezittingen en inkomen. Voorbeelden hiervan zijn: gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden.

    • Hypotheek

      Overeenkomst waarbij de ene partij, de hypotheekgever, een som geld leent van een andere partij, de hypotheeknemer. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de hypotheeknemer als zekerheid een recht van hypotheek krijgt op een bepaald registergoed (onroerende zaak, schip of vliegtuig) van de hypotheekgever.

    • Hypotheekakte

      Door een notaris opgesteld schriftelijk bewijs dat de hypotheeknemer een lening heeft verstrekt aan de hypotheekgever die daarvoor aan de hypotheeknemer een zakelijk recht van hypotheek geeft op zijn of haar onroerende zaak, schip of vliegtuig.

    • Hypotheekgever

      Degene die geld leent en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op een onroerende zaak, schip of vliegtuig geeft aan degene die geld uitleent.

    • Hypotheeknemer

      Degene die geld uitleent en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op een onroerende zaak, schip of vliegtuig krijgt van degene die geld leent.

  • Terug naar boven

  • I

    • Immateriële schade

      Schade die veroorzaakt wordt door verdriet, smart of geestelijk gemis.

    • Impliciet

      Niet uitdrukkelijk gezegd, maar stilzwijgend aangenomen.

    • In beginsel

      De hoofdregel waarop een uitzondering mogelijk is.

    • In kracht van gewijsde gaan van vonnis

      Daar is sprake van als er tegen een uitspraak van een rechter geen hoger beroep of een andere vorm van bezwaar meer mogelijk is.

    • In verzuim

      Als een schuldenaar zijn schuld niet of niet op tijd betaalt, is hij of zij in verzuim. Verzuim ontstaat als de termijn waarbinnen de schuldenaar moest betalen, is verstreken. De schuldenaar is ook in verzuim als de schuldeiser hem of haar schriftelijk in gebreke stelt.

    • Inbreuk

      Schending, verbreking, overtreding.

    • Incasso

      Het innen van geld, kwitanties en wissels zonder medewerking van het gerecht.

    • Incassobureau

      Een bedrijf dat in opdracht van een schuldeiser geld int bij een schuldenaar.

    • Incassodossier

      Het dossier waarin het incassobureau bijhoudt welke acties het neemt om geld bij een schuldenaar te innen.

    • Incassoprovisie

      De vergoeding die het incassobureau vraagt voor de verleende diensten. Deze provisie komt voor rekening van de opdrachtgever (schuldeiser), maar wordt meestal door het incassobureau in rekening gebracht bij de schuldenaar.

    • Indiening vordering via curator

      Bij faillissement van een schuldenaar dient de schuldeiser zijn of haar schuldeis in bij de curator. De curator is de gerechtelijke toezichthouder van de boedel bij faillissement.

    • Ingebrekestelling

      Een schriftelijk stuk waarmee de schuldeiser de schuldenaar dringend verzoekt om de afspraken na te komen. Doet de schuldenaar dat niet of niet op tijd, dan kan de schuldeiser de schuldenaar aansprakelijk stellen voor schade die hierdoor ontstaat.

    • Inkomstenbelasting

      Belasting op het inkomen.

    • Inkoopbevestiging

      Een bevestiging van de inkoop.

    • Insolventie

      Niet meer in staat zijn om schulden te betalen.

    • Inspraak

      De mogelijkheid om schriftelijk of mondeling aan te geven dat men bezwaar heeft tegen een nog niet definitief besluit van bijvoorbeeld gemeente of provincie.

    • Instantie

      Een college of gerecht dat een rechtszaak in behandeling kan nemen.

    • Institutionele arbitrage

      Het afhandelen van geschillen waarbij niet de rechter, maar een door partijen zelf aangewezen instantie een uitspraak doet.

    • Intellectuele eigendom

      De maker van literatuur, kunst of wetenschap heeft het eigendom van zijn of haar eigen werk en wordt door de wet beschermd als een ander zijn of haar werk zonder toestemming openbaar maakt of verveelvoudigt (vermenigvuldigd).

    • Interlocutoir vonnis

      Tussenvonnis waarin de rechter vóór het eindvonnis om een bijeenkomst van de partijen, extra bewijs of onderzoek eist/vraagt. Het eindvonnis is sterk afhankelijk van de informatie die de rechter krijgt uit het extra bewijs, getuigenverhoor of onderzoek.

    • Intermediair

      Tussenpersoon.

    • Internationaal privaatrecht

      Nederlands recht waarin vastgelegd is welk recht (Nederlands of buitenlands recht) de Nederlandse rechter moet toepassen in een rechtszaak tussen burgers waarbij buitenlands recht een rol speelt.

    • Inventaris

      Geheel van aanwezige voorwerpen en goederen.

    • IOAZ

      Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

    • IOWA

      Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

  • Terug naar boven

  • J

    • Jaarrekening

      Overzicht van de ontvangsten en uitgaven over een periode van een jaar (boekjaar) van een onderneming, vereniging of andere organisatie.

    • Jurisdictie

      Rechtsmacht of rechtsgebied. Het gaat hierbij om de vraag: welke rechter is in dit geval bevoegd om een zaak in behandeling te nemen?

    • Jurisprudentie

      Verzamelnaam van rechterlijke uitspraken. Ook wel rechtspraak genoemd.

    • Jurist

      Een rechtsgeleerde. Een persoon die een studie rechten met succes heeft voltooid.

    • Justitiabele

      Verzamelnaam voor de eiser, de gedaagde, de verdachte, de verzoeker.

    • Justitie

      Verzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht.

  • Terug naar boven

  • K

    • Kadaster

      Instelling die onder andere alle onroerende zaken, zoals gronden en gebouwen, vliegtuigen en schepen in Nederland vastlegt.

    • Kamer van Koophandel

      Regionaal bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het vastleggen van belangrijke gegevens over en voor bedrijven, verenigingen en stichtingen in die regio.

    • Kantonrechter

      De rechter die overtredingen, geldvorderingen tot € 25.000,-, huur- en koopzaken, arbeidszaken en ontslag behandelt. Het is de laagste rechter in Nederland.

    • Kapitaal

      Het vermogen, de bezittingen minus de schulden van een persoon of onderneming.

    • KB

      Koninklijk Besluit. Er zijn twee soorten Koninklijke Besluiten. De eerste is de Algemene maatregel van bestuur (AMvB). In deze maatregel worden wettelijke bepalingen verder uitgewerkt. De tweede soort Koninklijke Besluiten gaan over benoemingen van onder andere burgemeesters, commissarissen van de Koningin en hoge rechterlijke ambtenaren.

    • Kentekenhouder

      De persoon op wiens naam het kenteken van zijn of haar auto staat geregistreerd bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.

    • Kort geding

      Is een snelle behandeling door de President van de Rechtbank van een zaak waarin haast is geboden. Voorbeelden: bij het dreigen van stakingen of ontruiming van een woning. Deze procedure eindigt met een voorlopig vonnis. Voor een definitief vonnis moet een gewone rechtszaak gestart worden.

    • Kosten koper (k.k.)

      Bij de aankoop van een woning zijn er naast de prijs voor de woning aanvullende kosten die gemaakt moeten worden, denk hierbij aan overdrachtsbelasting, kosten voor het kadaster en notariskosten. De term 'kosten koper' houdt in dat de koper deze kosten voor zijn rekening dient te nemen.

    • Kosten tot behoud

      Kosten die gemaakt worden om een goed te behouden. Bijvoorbeeld: om dieren in leven te houden, moeten er kosten voor diervoer gemaakt worden. Kosten voor het vetmesten van jonge dieren om er een volwassen product van te maken, vallen hier niet onder.

    • Kracht van gewijsde

      Hier is sprake van als er tegen een uitspraak van een rechter geen hoger beroep of een andere vorm van bezwaar meer mogelijk is.

    • Krediet

      Een som geld (lening) die een kredietgever (degene die de lening verstrekt) aan een kredietnemer (degene die de lening krijgt) geeft onder de voorwaarde dat de lening wordt terugbetaald. Meestal wordt voor het geven van krediet een rentevergoeding gevraagd.

    • Kredietverlening

      Het verstrekken van leningen, meestal tegen een rentevergoeding.

    • Kredietverstrekkers

      Natuurlijke- of rechtspersonen die leningen verstrekken.

    • Kwijting

      Een verklaring dat een schuld is afgelost.

    • Kwitantie

      Een schriftelijk bewijs van betaling dat wordt afgegeven aan de persoon die heeft betaald.

  • Terug naar boven

  • L

    • Lastgever

      Iemand die een ander (de lasthebber) toestemming geeft om namens hem of haar op te treden en overeenkomsten te sluiten.

    • Lasthebber

      Iemand die door een ander (de lastgever) gemachtigd is om namens hem of haar op te treden en overeenkomsten te sluiten.

    • Leasecontract

      Een soort krediet (lening) waarbij de kredietverlener (degene die uitleent) bijvoorbeeld een auto koopt en deze tegen een bepaald (maandelijks) bedrag uitleent aan de kredietnemer (degene die leent). De kredietverlener blijft eigenaar van de auto. Afhankelijk van de leasevorm bestaat de mogelijkheid om aan het einde van de leaseperiode het geleasete (bijvoorbeeld de auto) te kopen.

    • Legaat

      Bepaling in een testament waarin de erflater (de persoon die een erfenis nalaat) bepaalde goederen of geld geeft aan bepaalde personen na zijn of haar overlijden.

    • Legitieme portie

      Een vast gedeelte van de erfenis waarop wettelijke erfgenamen volgens de wet altijd recht op hebben.

    • Lening

      Een som geld die een kredietgever (degene die de lening verstrekt) aan een kredietnemer (degene die de lening krijgt) geeft onder de voorwaarde dat de lening wordt terugbetaald. Meestal wordt voor het geven van krediet een rentevergoeding gevraagd.

    • Letselschade

      Alle schade die voortkomt uit geestelijk of lichamelijk letsel als gevolg van een handeling van een ander die in strijd met het recht is.

    • Letter of intent

      Schriftelijke verklaring waarin partijen vastleggen dat zij bereid zijn om een overeenkomst te sluiten.

    • Leveringsakte

      Ook wel transportakte genoemd. Het is de akte die door de notaris wordt opgesteld en bij het Kadaster wordt ingeschreven. In deze akte is vermeld dat het eigendom van een bepaald onroerend goed overgaat van de verkoper op de koper.

    • Licentie

      Is een mondelinge of schriftelijke overeenkomst waarin een octrooihouder (een natuurlijk- of rechtspersoon die van de overheid het alleenrecht heeft om een artikel of uitvinding te maken en te verkopen) aan een ander toestemming geeft om van het octrooi gebruik te maken.

    • Lineaire hypotheek

      Deze lening wordt iedere maand met hetzelfde bedrag afgelost. Omdat de schuld hierdoor steeds kleiner wordt, daalt het jaarlijks te betalen bedrag aan rente.

    • Liquidatie

      Het opheffen van een onderneming door het verkopen van de bezittingen en het betalen van de schulden.

    • Loon

      Betaling in geld of in natura (bijvoorbeeld goederen) dat iemand ontvangt voor geleverde arbeid.

  • Terug naar boven

  • M

    • Maatschap

      Samenwerkingsovereenkomst tussen twee of meer personen met het doel om inkomsten naar aanleiding van de samenwerking met elkaar te delen.

    • Maatschappelijk kapitaal

      Het maximale bedrag dat een onderneming (naamloze- of besloten vennootschap) aan aandelen mag uitgeven.

    • Mandelig

      Gemeenschappelijk eigendom van een onroerende zaak (een schutting, een sloot of muur) waar meerdere eigenaren van aan elkaar grenzende percelen of erven van profiteren.

    • Mandeligheid

      Het gemeenschappelijk in eigendom hebben van een onroerende zaak (een schutting, een sloot of muur) waar meerdere eigenaren van aan elkaar grenzende percelen of erven van profiteren.

    • Mantelovereenkomst

      Overeenkomst waarin alleen afspraken op hoofdpunten (algemene voorwaarden en de belangrijkste bijzondere voorwaarden) zijn beschreven.

    • Matigingsrecht

      Bevoegdheid van de rechter om een schadevergoeding vast te stellen die lager is dan gevraagd.

    • Medewerking (dit in verhouding tot toestemming)

      Bepaalde overeenkomsten kunnen alleen geldig worden gesloten als daarvoor toestemming is van bijvoorbeeld echtgenoten, vennoten of bestuurders.

    • Mediation

      Het afhandelen van geschillen waarbij niet de rechter, maar partijen zelf met behulp van een onpartijdige bemiddelaar tot een oplossing komen.

    • Mediator

      Onpartijdige bemiddelaar die partijen begeleidt bij het zelf oplossen van geschillen zonder dat hierbij een rechter ingeschakeld wordt.

    • Meervoudige kamer

      Dit is een kamer van een rechtbank die meestal uit drie rechters bestaat.

    • Meest gerede partij

      De partij die het meeste belang heeft bij het voortzetten van een rechtszaak. Meestal is dit de eisende partij omdat deze een veroordeling van de gedaagde wenst.

    • Meewerkcontract

      Schriftelijke overeenkomst waarin partijen beloven om mee te werken aan een bepaald werk of een bepaalde opdracht.

    • Memorie van antwoord

      Het verweerschrift dat de verwerende partij indient tegen de vordering van de eisende partij.

    • Memorie van grieven

      Processtuk met de vordering/eis van de eiser in hoger beroep in een verzoekschriftprocedure.

    • Mentor

      Degene die door een rechter wordt benoemd om de niet vermogensrechtelijke (niet financiële) belangen te behartigen voor diegene waarvoor een mentorschap is ingesteld. Bijvoorbeeld beslissingen met betrekking tot verzorging.

    • Merkbescherming

      Dat heeft de partij die een merk als eerste inschrijft bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) of inschrijft bij het Internationaal Bureau voor de bescherming van de industriële eigendom (internationaal depot).

    • Merkinbreuk

      Hier is sprake van als een onderneming een merknaam of teken gebruikt dat sterk lijkt op een door een andere onderneming gedeponeerd (vastgelegd) merk.

    • Merknaam

      Wettig vastgelegde naam van een product of artikel.

    • Merkoverdracht

      De overdracht of levering van een merk van de ene partij aan de andere door middel van een akte.

    • Merkovereenkomst

      Een schriftelijke afspraak tussen partijen over het gebruik van een merk.

    • Middel

      Ook wel cassatiemiddel genoemd. Het is een document dat een advocaat indient bij hoger beroep als hij of zij vindt dat de lagere rechter het recht niet goed heeft toegepast.

    • Milieuvergunning

      Schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders en gemeente met voorwaarden waaronder een bedrijf of fabriek gestart mag worden die gevaar, schade of hinder kan veroorzaken aan de omgeving of omwonenden.

  • Terug naar boven

  • N

    • Naamloze vennootschap

      Rechtspersoon (onderneming of bedrijf) met vennoten (aandeelhouders) die ieder één of meer aandelen hebben. Deze aandelen zijn niet op naam en mogen vrij verhandeld worden.

    • Nalatenschap

      Alle goederen, geld en schulden van een overledene die toekomen aan zijn of haar erfgenamen. Alleen een testament of laatste wil van de overledene (erflater) kan hier van afwijken.

    • Natrekking

      Alles dat aardvast, wortelvast, takvast of spijkervast met een onroerende zaak wordt of is verbonden of daarvan eigenlijk deel uitmaakt, wordt door natrekking eigendom van de eigenaar van de onroerende zaak. Voorbeeld: beplanting is eigendom van de eigenaar van de grond.

    • Natuurlijk persoon

      De mens als deelnemer aan het rechtsverkeer.

    • Natuurlijke verbintenis

      Een dringende morele verplichting (fatsoen) die niet door het recht kan worden afgedwongen.

    • Niet ontvankelijk

      Niet aan de voorwaarden voldoen om in behandeling genomen te worden. Bijvoorbeeld als de termijn is verlopen om in hoger beroep te gaan.

    • Nietig

      Ongeldig.

    • Nietigheid

      Zonder geldigheid in het recht.

    • Nietigverklaring

      Een verklaring in het recht dat iets niet geldig is.

    • Nieuw BW

      Het Nieuw Burgerlijk Wetboek (BW) verving in 1992 het Burgerlijk Wetboek. Dit Wetboek was nog gebaseerd op de Franse Code Civil. Het NBW heet tegenwoordig weer gewoon BW. Het bevat negen boeken over burgerlijk recht of civiel recht.

    • Non-conformiteit

      Een goed dat niet voldoet aan de verwachtingen die iemand mag hebben op grond van de koopovereenkomst.

    • Notariële akte

      Een door een notaris opgestelde akte. Een notariële akte is een gewaarmerkt schriftelijk stuk.

    • Notulen

      Schriftelijk verslag van wat besproken is in een vergadering.

    • Novum

      Een nieuw feit.

  • Terug naar boven

  • O

    • Objectief recht

      Het geheel van rechtsregels.

    • Obligatie

      Schuldbewijs van een lening met een vastgestelde rente en een van tevoren afgesproken termijn van aflossing. Bekende obligaties zijn de staatsobligaties.

    • Octrooi

      Een door de overheid verleend alleenrecht voor het maken en verkopen van een artikel of een uitvinding. Octrooi wordt ook patent genoemd.

    • Octrooibescherming

      Dit wordt verleend voor een uitvinding die aan de volgende eisen voldoet: de uitvinding moet nieuw zijn, mag geen kleine variatie zijn van een al bekend apparaat, product of werkwijze en moet gemaakt kunnen worden en/of toepasbaar zijn.

    • Octrooigemachtigde

      Een deskundige die voor de ‘uitvinder’ octrooi aanvraagt.

    • Octrooihouder

      De natuurlijke- of rechtspersoon die octrooi heeft gekregen.

    • Octrooirecht

      Dit recht is beschreven in de Rijksoctrooiwet. Het regelt het krijgen, de omvang en beëindiging van bescherming van nieuwe uitvindingen die in de bedrijvigheid worden toegepast.

    • Omgevingsvergunning

      Wie vroeger ging verbouwen, had verschillende vergunningen nodig. Zoals een bouwvergunning, een sloopvergunning en een milieuvergunning. De aanvraagprocedure is makkelijker gemaakt. De vergunningen zijn samengevoegd tot 1 vergunning: de omgevingsvergunning.

    • Omzetbelasting

      Het is belasting die een ondernemer betaalt over de omzet van zijn of haar bedrijf. Ondernemers krijgen betaalde BTW terug en betalen ontvangen BTW aan de belastingdienst. Ook wel belasting over de toegevoegde waarde van geleverde zaken en verrichte diensten genoemd.

    • Onbepaalde tijd

      Zonder dat is vastgesteld wanneer iets eindigt. Bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: alleen de ingangsdatum is vastgesteld. De einddatum is nog niet bekend.

    • Onderhandse akte

      Een ondertekend stuk papier dat als bewijs dient. Dit ondertekend stuk is niet door een notaris opgesteld

    • Onderlinge waarborgmaatschappij

      Een vereniging of coöperatie die als doel heeft om met haar leden bepaalde verzekeringsovereenkomsten te sluiten. Of haar leden op grond van wettelijke regelingen verzekerd te houden.

    • Onderneming

      De inrichting of organisatie van arbeid en kapitaal, gericht op het maken van winst. Een onderneming noemt men ook wel firma of zaak.

    • Ondernemingsraad

      De werknemers van een onderneming of bedrijf die officieel hun collega’s vertegenwoordigen in het overleg met de leiding van het bedrijf. Dit orgaan is verplicht voor ondernemingen die ten minste 50 werknemers in dienst hebben.

    • Onderpand

      Een zaak of goed die tot zekerheid dient voor de betaling van de schuld.

    • Ongevallenverzekering

      Dit is een verzekering die een vast bedrag, of een percentage van dat vaste bedrag, uitkeert bij bijvoorbeeld overlijden, arbeidsongeschiktheid of invaliditeit. De uitkering staat los van de vraag of er iemand aansprakelijk is.

    • Onherroepelijk

      Iets wat je niet kunt terugdraaien, herroepen of intrekken. Bijvoorbeeld een aanbod, of een aanvaarding.

    • Onrechtmatige daad

      Het handelen of juist iets nalaten waarmee iemand op onwettige of onbehoorlijke wijze een ander schade toebrengt.

    • Onroerende zaak

      De grond en alles wat zich daarop of daarin bevindt voor zover dit er `aardvast of nagelvast` mee is verbonden. Voorbeelden: bomen, vaste planten, een huis met alles wat daaraan aard- of nagelvast is verbonden of wat naar zijn aard bij het huis hoort, zoals dakpannen en deuren.

    • Ontbindende voorwaarde

      Aan een overeenkomst kan een ontbindende voorwaarde worden verbonden. Dit wil zeggen dat de overeenkomst eindigt als de ontbindende voorwaarde wordt vervuld. Voorbeeld: als de koper van een huis geen hypotheek krijgt, gaat de koop niet door.

    • Ontbinding

      Dit is een ongedaanmaking, beëindiging van een overeenkomst. Als een partij zijn of haar verplichtingen uit een overeenkomst niet nakomt, kan de andere partij de overeenkomst ontbinden (laten stopzetten).

    • Ontheffing

      De toestemming om iets toch te mogen doen dat verboden is. Of iets niet te hoeven doen dat verplicht is. Bijvoorbeeld een ontheffing van een parkeerverbod, waardoor je ergens toch mag parkeren.

    • Ontslag op staande voet

      Dit mag alleen worden gegeven als hier een zeer dringende reden voor is. De werknemer moet zich schuldig gemaakt hebben aan ernstige vergrijpen of misdragingen. Bijvoorbeeld diefstal, bedreiging, mishandeling, sabotage.

    • Ontslagvergunning

      Een arbeidsovereenkomst kan door een werkgever opgezegd worden als hiervoor toestemming is verleend door het UWV. Deze toestemming (de ontslagvergunning) wordt alleen gegeven na een schriftelijke procedure. Deze procedure start met het indienen van een ontslagaanvraag bij het UWV.

    • Onttrekken

      De beslissing van een rechter om bepaalde voorwerpen die al eerder in beslag genomen zijn, van een veroordeelde af te nemen. Bijvoorbeeld omdat deze schadelijk zijn, zoals wapens of drugs.

    • Openbaar pandrecht

      Bij deze vorm van pandrecht wordt de schuldenaar op de hoogte gebracht van het feit dat er een pandrecht gevestigd wordt op het moment dat het pandrecht gevestigd wordt.

    • Openbare maatschap

      Een samenwerkingsverband waarin onder gemeenschappelijke naam een beroep wordt uitgeoefend.

    • Oprichting

      Een onderneming, organisatie of instelling vestigen, stichten of in het leven roepen.

    • Oproep faillissementszitting via deurwaarder

      Een uitnodiging (dagvaarding) aan een natuurlijk- of rechtspersoon waar faillissement voor aangevraagd is, om op een bepaalde datum voor de rechter te verschijnen. De dagvaarding wordt door de deurwaarder overhandigd.

    • Opschortende voorwaarde

      Aan een overeenkomst kan een opschortende voorwaarde worden verbonden. Dit wil zeggen dat de overeenkomst pas in werking treedt als de voorwaarde is vervuld. De partijen laten de bindendheid van de afspraken in hun overeenkomst afhangen van een toekomstige en onzekere gebeurtenis.

    • Opstal (recht van...)

      Het recht om onroerende zaken op andermans grond in eigendom te hebben en te houden. Dit recht voorkomt dat de eigenaar van de grond (door natrekking) eigenaar wordt van de onroerende zaken die met die grond worden verbonden.

    • Optie

      Het recht om gedurende een afgesproken periode goederen te kopen of te verkopen tegen een afgesproken prijs.

    • Opzegging

      Het (eenzijdig) beëindigen van een overeenkomst.

    • Opzegtermijn

      Dit is een termijn die je moet aanhouden om bepaalde overeenkomsten te beëindigen. In arbeidsovereenkomsten is de opzegtermijn meestal een maand.

    • Orderbevestiging

      De bevestiging van een order.

    • Ouderlijk gezag

      ​Het gezag (macht) dat ouders over hun minderjarige kinderen (inclusief hun vermogen) uitoefenen.

    • Overdracht

      Het door levering overgaan van een goed van de ene op de andere persoon.

    • Overeenkomst

      Een wederkerige verbintenis die voor beide partijen verplichtingen schept.

    • Overmacht

      Er is sprake van overmacht als een schuldenaar zijn of haar afspraken niet kan nakomen terwijl hij of zij daar niets aan kan doen.

  • Terug naar boven

  • P

    • Pacht

      Afspraken over het tijdelijk gebruik van hoeven (boerderijen) en gronden voor landbouwpercelen.

    • Pachtkamer

      Dit is een kamer van een rechtbank die geschillen behandelt over pachtovereenkomsten. Hoger beroep tegen een uitspraak van de pachtkamer is mogelijk bij de pachtkamer van het Gerechtshof in Arnhem.

    • Pandrecht

      Dit beperkte zekerheidsrecht wordt gevestigd, zodat een schuldeiser zijn vordering met voorrang kan verhalen op de goederen van de schuldenaar waar het pandrecht op rust. Als de schuldenaar niet in staat is om zijn of haar vordering te voldoen, kan de schuldeiser zijn of haar vordering innen (opeisen) door de verkoop van de verpande eigendommen van de schuldenaar.

    • Pandrecht op aandelen

      Een pandrecht wordt ook op aandelen gevestigd, tenzij de statuten van een onderneming of bedrijf anders bepalen. Hierdoor kan de pandhouder (schuldeiser) zijn of haar vordering innen door de verkoop van de verpande aandelen van de schuldenaar.

    • Parate executie

      Zonder rechterlijke uitspraak een vordering op goederen van een schuldenaar innen door die goederen te verkopen. Het recht van parate executie komt bijvoorbeeld een pandhouder toe.

    • Particulier

      Een burger wordt in de praktijk als particulier beschouwd. De term particulier wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets niet met een bedrijf of de overheid te maken heeft.

    • Partijgetuige

      De partij die in zijn of haar ‘eigen’ rechtszaak door de rechter onder ede als getuige wordt gehoord. Ook mensen die tot de kring van een bepaalde partij gerekend worden, worden gezien als partijgetuige.

    • Partijverklaring

      Een verklaring die door een partij in een rechtszaak wordt afgelegd.

    • Passiva

      De schulden van een onderneming. Deze schulden bestaan uit kortlopende (direct opeisbare) en langlopende schulden (met meer dan één jaar looptijd).

    • Patent

      Een door de overheid verleend alleenrecht voor het maken en verkopen van een artikel of een uitvinding. Ook wel patent genoemd.

    • Pensioenregeling

      Een pensioenregeling is het reglement van een pensioenfonds waarin de pensioenrechten en de werking van het pensioenfonds geregeld worden.

    • Pensioenschade

      De schade die ontstaat als er door arbeidsongeschiktheid minder pensioen wordt opgebouwd.

    • Perceel

      Een ander woord voor een stuk grond.

    • Peremptoir

      De laatste termijn in een rechtszaak waarna geen uitstel meer wordt verleend.

    • Persisteren (Tot persistit)

      Het volharden (vasthouden) bij een eis, mening of stelling.

    • Plaatsopneming

      Het door een rechter, griffier en procespartijen bezichtigen van een situatie ter plaatse.

    • Planschade

      De schade die een belanghebbende door een nieuw bestemmingsplan lijdt. Schade die eigenlijk niet voor zijn of haar rekening moet komen. De belanghebbende kan dan een verzoek tot schadevergoeding bij de gemeenteraad indienen.

    • Pleidooi

      Mondelinge toelichting van een partij op de al eerder schriftelijk ingediende standpunten tijdens een rechtszaak.

    • Precedent

      Een eerdere beslissing van een rechter die als richtlijn dient in soortgelijke rechtszaken.

    • Precontractuele fase

      De (onderhandelings)fase die voorafgaat aan het sluiten van een overeenkomst.

    • Preferente aandelen

      Aandelen die voorrang hebben boven gewone aandelen bij onder andere de uitbetaling van dividend (winst). Elk jaar wordt eerst aan de houders van preferente aandelen dividend uitgekeerd. De winst die overblijft, is voor de houders van gewone aandelen.

    • Préjudice (sans préjudice)

      Meestal wordt de uitdrukking “sans préjudice” gebruikt bij schikkingsonderhandelingen. Het betekent dat partijen nog geen oordeel geven over elkaars standpunten. De afspraken zijn pas definitief als beide partijen deze hebben geaccepteerd.

    • Principaal

      De opdrachtgever of werkgever.

    • Prioriteitsaandelen

      Aandelen waaraan volgens de statuten van een onderneming bijzondere zeggenschapsrechten voor de prioriteitsaandeelhouders verbonden zijn. Deze bijzondere aandelen beperken de macht van de algemene vergadering van aandeelhouders. Bevoegdheden die meestal aan deze vergadering toekomen, behoren nu aan de prioriteitsaandeelhouders. Bijvoorbeeld het goedkeuren van bepaalde bestuursbesluiten.

    • Privaatrecht

      Dit zijn alle rechtsregels die de rechten en plichten van zowel natuurlijke- als rechtspersonen en hun relatie met zaken of goederen regelen. Dit noemt men ook wel civiel recht.

    • Pro Deo

      ​Kosteloos, gratis. Hiervan is sprake als het werk van de advocaten door de overheid wordt betaald (gefinancierde rechtshulp). Tegenwoordig gebruikt men ook wel het begrip advocaat van onvermogen.

    • Proces verbaal (van zitting)

      Het door de griffier opgestelde verslag van een mondelinge behandeling tijdens een rechtszaak.

    • Proceskosten

      De kosten van advocaten, getuigen en deskundigen en griffierecht. De proceskosten worden volgens een systeem van vaste vergoedingen vastgesteld, ook al kunnen de werkelijke kosten hoger zijn.

    • Processtukken

      De door partijen in een rechtszaak ingediende schriftelijke stukken.

    • Procuratie (verlening van)

      De toestemming om namens een ander bedrijf overeenkomsten te sluiten.

    • Procureur

      Vertegenwoordiger van partijen in burgerlijke rechtszaken die bevoegd is tot het indienen van processtukken. In de meeste gevallen is een advocaat ook procureur. Iedere procureur is uitsluitend bevoegd in het arrondissement (rechtsgebied) waar hij ingeschreven staat.

    • Productaansprakelijkheid

      De aansprakelijkheid van de producent als door een gebrek aan zijn product schade ontstaat aan personen of zaken die in de privesfeer worden gebruikt.

    • Productencoöperatie

      Ook wel dienstencoöperatie genoemd. Een coöperatie waarvan de leden ook werknemer zijn van de coöperatie.

    • Proeftijd

      De periode van maximaal twee maanden na het begin van de arbeidsovereenkomst. Werkgever en werknemer kunnen toetsen of de werknemer aan de verwachtingen voldoet en of de baan wel bevalt. In deze periode kan het dienstverband onmiddellijk (door zowel werkgever als werknemer) beeindigd worden.

    • Provinciale Staten

      De Leden van de Provinciale Staten worden rechtstreeks gekozen en vormen samen met Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin het bestuur van een provincie.

    • Provisie

      Een vergoeding voor bepaalde diensten of producten. De provisie bestaat meestal uit een percentage van de omzet of het aantal verkochte producten.

    • Publiek Recht

      Alle rechtsregels die gaan over de relatie tussen de overheid en haar onderdanen. Voorbeelden: belastingrecht, strafrecht, verkeersrecht en bestuursrecht.

    • Publieke bestemming

      Een openbaar gebouw of faciliteit.

  • Terug naar boven

  • Q

    • Quorum

      Het minimum aantal leden dat op een vergadering aanwezig moet zijn om rechtsgeldig besluiten te kunnen nemen.

  • Terug naar boven

  • R

    • Raad van commissarissen

      Het orgaan van natuurlijke personen in een onderneming of bedrijf dat namens de aandeelhouders de directie adviseert en controleert.

    • Raad van State

      Een adviesorgaan van de regering dat zich daarnaast bezighoudt met bestuursrecht.

    • Raadkamer

      Het vertrouwelijk overleg van rechters over de inhoud van een gerechtelijke procedure.

    • Ratio

      De strekking of bedoeling van een (wettelijke) bepaling of overeenkomst.

    • Rayon

      Het gebied waarin de onderneming of bedrijf haar werkkring heeft.

    • RDW

      De Rijksdienst voor het Wegverkeer.

    • Recht van reclame

      Een koper heeft het recht om bij de verkoper te klagen over een zaak die niet in orde is. De verkoper kan dan de zaak herstellen, vervangen of de koopprijs terugbetalen.

    • Recht van retentie

      De bevoegdheid van een schuldeiser om een zaak van de schuldenaar niet af te geven voordat de schuld betaald is aan de schuldeiser. Bijvoorbeeld: de garagehouder geeft de auto niet af voordat de reparatie betaald is.

    • Rechter-commissaris

      Een door de rechtbank aangewezen rechter die in strafzaken verantwoordelijk is voor het gerechtelijk vooronderzoek. Hij of zij leidt bijvoorbeeld het getuigenverhoor en geeft opdracht tot opsluiting van een verdachte.In civiele zaken ziet de rechter commissaris onder andere toe op het handelen van de curator.

    • Rechterlijke macht

      Overheidsorganen die zich met de rechtspraak bezighouden.

    • Rechterlijke organisatie

      De wijze waarop het rechtscollege (rechtbank en rechters) in Nederland is georganiseerd. Dat is beschreven in de wet Rechterlijke Organisatie.

    • Rechthebbende

      De persoon aan wie een zaak, goed of recht toebehoort.

    • Rechtsbeginselen

      Algemene uitgangspunten die de basis van het recht vormen. Bijvoorbeeld: het recht van hoor en wederhoor.

    • Rechtsbetrekking

      Een juridische verhouding tussen partijen. Als u een overeenkomst met een ander sluit, heeft u daarmee een rechtsbetrekking.

    • Rechtsbevoegdheid (competentie)

      De bevoegdheid van natuurlijke- en rechtspersonen om rechten en plichten te verkrijgen. Een ongeboren kind is bijvoorbeeld al rechtsbevoegd.

    • Rechtsgebied

      Een onderdeel van het recht. Bijvoorbeeld arbeidsrecht of huurrecht.

    • Rechtsgeldig

      Iets wat rechtsgeldig is is in overeenstemming met de wet en het recht.

    • Rechtshandeling

      Een handeling die een persoon uitvoert met de bedoeling een rechtsgevolg tot stand te brengen. Bijvoorbeeld koop: de ene partij levert iets waar de andere partij voor betaalt.

    • Rechtskracht (formeel)

      Onaantastbaarheid van een uitspraak. Er is bijvoorbeeld geen hoger beroep, verzet of cassatie meer mogelijk.

    • Rechtsmiddelen

      De mogelijkheden of middelen die het recht kent om een uitspraak of vonnis van een lagere rechter door een hogere rechter te laten toetsen. Bijvoorbeeld door verzet, hoger beroep of cassatie.

    • Rechtspersoon

      Een onderneming of organisatie is een rechtspersoon als deze een eigen vermogen en - net als een natuurlijk persoon - zelfstandig rechten en plichten heeft.

    • Rechtstreeks belanghebbende

      Degene die persoonlijk, concreet en direct in zijn of haar belangen geraakt wordt.

    • Rechtstreekse werking

      Hier is sprake van als een burger voor een Nederlandse rechter een beroep kan doen op een bepaling van internationaal recht.

    • Rechtsverhouding

      Relatie van juridische aard. Bijvoorbeeld de verhouding tussen verhuurder en huurder, werkgever en werknemer.

    • Rechtsverkrijgende

      Degene die als opvolger van een ander optreedt. Bijvoorbeeld als erfgenaam of als koper van een goed van de verkoper.

    • Rechtsverwerking

      Het door eigen toedoen verloren laten gaan van rechten.

    • Rechtsvordering

      De eis of vordering die de eiser aan het begin van een procedure of rechtszaak indient.

    • Rechtsvorm

      De in het recht bekende vorm van bijvoorbeeld een rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

    • Rechtsvraag

      Een geschil over de uitleg en toepassing van een rechtsregel.

    • Rechtverkrijgende

      De persoon die in het recht (of rechten) treedt van een ander. Bijvoorbeeld een erfgenaam die een erfenis krijgt.

    • Reconventie

      Het deel van een rechtszaak waarin de gedaagde reageert op de eis van de partij met een tegeneis.

    • Redelijke termijn (rechtshandeling)

      Er mag niet onredelijk lang worden gewacht met het ondernemen van actie. De lengte van de termijn hangt af van de omstandigheden van het geval.

    • Redelijkheid en billijkheid

      Deze woorden verwijzen naar verstand (rede) en naar gevoel (billijk). Als een rechtsregel in een bepaalde situatie niet duidelijk is, kan met deze begrippen een rechtvaardige oplossing worden bereikt. Ze spelen een rol bij de uitleg van rechtsregels in een bepaald geval.

    • Reële executie

      Uitvoeren van een vonnis zonder dat de schuldenaar aan de uitvoering meewerkt. Bijvoorbeeld: een openbare verkoop van inventaris (spullen zoals banken, stoelen, boeken, kasten etc.) nadat hierop door de schuldeiser beslag is gelegd.

    • Regelend recht

      Rechtsregels waarvan in een overeenkomst afgeweken kan worden.

    • Registergoed

      Een goed dat is opgenomen in de daarvoor bestemde openbare registers. Bijvoorbeeld een vliegtuig of een schip.

    • Registratiekamer

      Een onafhankelijke instantie die de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens beschermt. Ook wel het College Bescherming Persoonsgegevens genoemd.

    • Regres

      De aanspraak die een schuldenaar heeft op zijn of haar medeschuldenaren om (gedeeltelijke) terugbetaling te eisen van het bedrag dat hij of zij heeft betaald aan de schuldeiser.

    • Regresrecht

      Het recht van een schuldenaar om van medeschuldenaren (gedeeltelijke) terugbetaling te eisen van het bedrag dat hij of zij heeft betaald aan de schuldeiser.

    • Rekest

      Een verzoekschrift.

    • Rekest civiel (burgerlijke zaken)

      Een verzoek om een uitspraak (vonnis) waartegen geen hoger beroep meer mogelijk is ongeldig te verklaren. Bijvoorbeeld omdat na het vonnis blijkt dat er bewijsstukken zijn vervalst.

    • Rekwestrant

      De partij in een rechtszaak die een verzoekschrift indient.

    • Rekwirant

      De partij in een rechtszaak die iets vordert.

    • Renvooi

      Aanvulling en verbetering van de tekst van een akte (bewijsstuk) in de kantlijn van de pagina.

    • Repliek

      De reactie van de eiser op een antwoord van de gedaagde in een rechtszaak. De volgorde is conclusie van repliek (van de eiser) op de conclusie van antwoord (van de gedaagde).

    • Restitutie

      De terugbetaling van geld.

    • Revisie

      <div>Een buitengewoon rechtsmiddel waarmee de verdachte de Hoge Raad verzoekt om een vonnis ongeldig te verklaren, omdat de rechter uitgegaan is van onjuiste feiten. Als de rechter uitgegaan was van de juiste feiten en omstandigheden, zou er een lagere straf opgelegd zijn.</div>

    • Roerend (roerende zaak)

      Alle zaken die niet onroerend zijn. Bijvoorbeeld: inventaris, auto en computers.

    • Rol

      Een overzicht van alle rechtszaken die bij een bepaald gerecht in behandeling zijn. De griffier van het gerecht houdt het verloop van deze zaken bij.

    • Rolzitting

      Een gerechtelijke bijeenkomst waarin nieuwe rechtszaken bekendgemaakt worden, schriftelijke stukken door partijen worden ingediend, uitstel wordt gevraagd en uitspraken worden gedaan.

    • Rooilijn

      De lijn die de grens aangeeft tussen de openbare weg en de percelen of erven die daaraan grenzen.

    • Ruilverkaveling

      Het opnieuw verdelen van stukken onbebouwde grond (kavels) onder landeigenaren om zoveel mogelijk aaneengesloten landbouwgronden te krijgen. Het doel van ruilverkaveling is een hogere landbouwopbrengst.

    • RvB

      De Raad van Beroep of de Raad van Bestuur.

  • Terug naar boven

  • S

    • Samenlevingsovereenkomst

      Een overeenkomst tussen twee personen die met elkaar samenleven en schriftelijke afspraken willen maken over bijvoorbeeld geld, huis en goederen.

    • Samenloop

      Een combinatie van gebeurtenissen, omstandigheden en feiten. Er kan bijvoorbeeld tegelijkertijd sprake zijn van aansprakelijkheid voor schade (civiel) en van strafbaarheid (strafrecht).

    • Samenwerkingsovereenkomst

      Is een overeenkomst waarin partijen afspreken met elkaar samen te werken.

    • Sanctie

      <div>Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden.</div>

    • Sanering

      Een set maatregelen om een onderneming weer (financieel) gezond te maken zodat de onderneming voortgezet kan worden.

    • Schade

      ​Dit bestaat uit vermogensschade en ander mogelijk nadeel.

    • Schadebedrag

      Hiermee wordt meestal het bedrag aangeduid wat betaald moet worden door de schadeveroorzaker om de schade weg te nemen of te herstellen.

    • Schadebeperkingsplicht

      De plicht om geen onnodige kosten te maken en de schade te beperken.

    • Schadeloosstelling

      De vergoeding voor de geleden schade.

    • Schadevaststelling

      Het onderzoek naar de omvang van de schade. Ook wel schadeëxpertise genoemd.

    • Schadevergoeding

      Het geldbedrag dat betaald wordt als tegemoetkoming in de geleden schade. Soms wordt niet in geld, maar in goederen betaald.

    • Scheidsgerecht

      De instantie of personen die buiten de rechterlijke macht om een uitspraak in geschillen doen.

    • Scheidsmuur

      Dit is een ondoorzichtige scheiding van steen, hout of ander materiaal.

    • Schikking

      De schriftelijke overeenkomst waarbij partijen een regeling met elkaar treffen om een geschil op te lossen.

    • Schouw

      De rechter of officier van justitie gaat kijken op de plaats waar het misdrijf of de overtreding plaatsvond.

    • Schuld

      Het geld, de goederen of de prestaties die een schuldenaar moet voldoen (betalen) aan een schuldeiser.

    • Schuldbekentenis

      Een schriftelijke verklaring van iemand die geld moet betalen aan een ander.

    • Schuldeiser

      Iemand die geld, goederen of een prestatie tegoed heeft van een ander. Ook wel crediteur genoemd.

    • Schuldenaar

      Iemand die een schuld heeft. Ook wel debiteur genoemd.

    • Separatist

      Een schuldeiser in een faillissement die zijn of haar vordering met voorrang boven de gewone schuldeisers kan innen (laten betalen).

    • Seponeren

      De bevoegdheid van de politie of officier van justitie om een geschil niet aan de rechter voor te leggen, maar te laten rusten. Dit wordt ook wel sepot genoemd.

    • Shockschade

      De schade die het gevolg is van het meemaken van een schokkend ongeval of de gevolgen daarvan. Er moet wel sprake zijn van psychisch leed dat direct te maken heeft met het ongeval.

    • Sleutelverklaring

      1. Een verklaring van een koper en verkoper van een onroerende zaak waarin afgesproken wordt dat de koper de woning in gebruik kan nemen voordat de juridische levering (transport) heeft plaatsgevonden. Of: 2. Schriftelijke verklaring dat sleutels door een persoon in ontvangst zijn genomen om bijvoorbeeld toegang tot een bedrijfsruimte te krijgen.

    • Smartengeld

      Een vergoeding voor geleden pijn, hinder en ongemak.

    • Sommatie

      Een schriftelijke waarschuwing (aanmaning) om binnen een bepaalde termijn een wettelijke of in een overeenkomst afgesproken verplichting na te komen. Bijvoorbeeld: een schriftelijk bericht aan de verkoper om de gekochte auto binnen tien dagen af te leveren.

    • Splitsing in appartementsrechten

      De verdeling van de eigendom van een onroerende zaak (gebouw) in afzonderlijke delen (appartementen), die apart verkocht kunnen worden. De eigenaar van zo’n appartementsrecht is verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren. Een Vereniging van Eigenaren maakt namens de leden afspraken over groot onderhoud en schoonmaken van de algemene ruimten en zorgt voor het innen van stook- en servicekosten.

    • Stakingsaftrek

      Een onderdeel van de ondernemersaftrek die een ondernemer bij staking van een hele onderneming op zijn winst in mindering mag brengen. De stakingsaftrek geldt maar één keer in het leven van een ondernemer.

    • Statutaire zetel

      De plaats waar een rechtspersoon (vennootschap, stichting of vereniging) staat ingeschreven.

    • Statuten

      Een schriftelijk stuk waarin de basisregels van een rechtspersoon (vennootschap, stichting of vereniging) zijn beschreven.

    • Statutenwijziging

      De aanpassing of wijziging van de basisregels van een rechtspersoon (vennootschap, stichting of vereniging).

    • Stellen van zekerheid

      Het door de schuldenaar waarborgen van de betaling van een schuld aan de schuldeiser door het geven van een pand of hypotheek.

    • Stelplicht

      De verplichting van een procespartij om voldoende feiten in een rechtszaak naar voren te brengen om zijn eis of vordering te onderbouwen.

    • Steunvordering

      Als er naast een schuldeiser nog een andere schuldeiser het faillissement van een schuldenaar aanvraagt (de tweede schuldeiser steunt de aanvraag van de eerste schuldeiser), is er sprake van een steunvordering. De steunvordering is noodzakelijk voor het indienen van een faillissementsaanvraag.

    • Stichting

      Een rechtspersoon zonder leden die met een bepaald vermogen een (meestal) sociaal doel nastreeft. Bijvoorbeeld: Stichting Kinderopvang Nederland.

    • Stil pand

      Het pandrecht dat ontstaat door ondertekening van een door een notaris opgestelde- of geregistreerde onderhandse akte zonder dat dit meegedeeld wordt aan de personen tegen wie dit recht geldt.

    • Stil pand op vorderingen

      De vordering die de pandgever op een derde heeft, wordt verpand aan de pandhouder zonder dat dit meegedeeld wordt aan deze derde. De pandhouder krijgt hierdoor de zekerheid dat zijn of haar vordering op de pandgever geïnd kan worden.

    • Stille maatschap

      Een samenwerkingsovereenkomst tussen twee of meer personen met het doel om een beroep of bedrijf uit te oefenen. De samenwerking wordt niet openbaar gemaakt.

    • Stilzwijgende aanvaarding

      Een aanbod niet uitdrukkelijk aanvaarden. Een aanbod accepteren zonder de andere partij te zeggen dat je deze aanvaardt (accepteert). Aanvaarding blijkt dan bijvoorbeeld uit gedraging van iemand.

    • Streekplan

      Een door de Provinciale Staten vastgesteld plan voor een bepaald gebied. Hierin is de ontwikkeling en inrichting van dit gebied in hoofdlijnen is beschreven.

    • Structuurplan

      Een door de gemeenteraad vastgesteld plan voor het hele grondgebied van de gemeente waarin de ontwikkeling en inrichting van dit gebied is beschreven.

    • Structuurvennootschap

      Dit is een (naamloze of besloten) vennootschap met een eigen vermogen van € 13 miljoen, een ondernemingsraad, ten minste 100 werknemers en een Raad van Commissarissen die onder andere de directeuren van de vennootschap benoemt.

    • Stuiting (van verjaring)

      Door stuiting stopt de huidige verjaringstermijn en begint een nieuwe verjaringstermijn die gelijk is aan de oorspronkelijke verjaringstermijn.

    • Subjectief recht

      Het recht dat toekomt aan een bepaald persoon. Dit recht is altijd gebaseerd op het objectieve recht, het geheel van (rechts)regels en normen die in de samenleving gelden.

    • Subrogatie

      Een nieuwe schuldeiser treedt in de plaats van de vorige schuldeiser als hij of zij de schuldeis heeft overgenomen. Bijvoorbeeld: een verzekeringsmaatschappij treedt in de plaats van de verzekerde na uitkering van zijn of haar schade. De verzekeringsmaatschappij kan dan in plaats van de verzekerde de schade innen bij de schuldenaar.

    • Surseance van betaling

      Tijdelijk uitstel van betaling dat de rechtbank geeft aan een onderneming of ondernemer die voorlopig niet in staat is om zijn schulden te betalen. Vaak wordt surseance van betaling gevolgd door faillissement van de onderneming.

  • Terug naar boven

  • T

    • Tantième

      Een aandeel in winst of overwinst van een onderneming.

    • Taxateur

      De persoon die de taxatie verricht.

    • Taxatie

      De schatting of raming van de waarde van een goed of zaak.

    • Tegenbewijs

      Het bewijs dat door een partij in een rechtszaak naar voren wordt gebracht om aan te tonen dat het bewijs van de andere partij niet klopt.

    • Telastlegging of tenlastelegging

      Het onderdeel van de dagvaarding waarin wordt beschreven van welk strafbaar feit de verdachte wordt verdacht.

    • Tenuitvoerlegging

      De uitvoering (executie) van een vonnis of rechterlijke uitspraak.

    • Tenuitvoerlegging

      De uitvoering (executie) van de uitspraak van de rechter.

    • Terechtzitting

      De zitting van een rechtbank.

    • Terugwerkende kracht

      Een afspraak of uitspraak die terugwerkt tot een bepaald moment in het verleden.

    • Testament

      Een door een notaris opgesteld schriftelijk stuk waarin een natuurlijk persoon laat weten wat er na zijn dood met zijn of haar bezittingen moet gebeuren.

    • Testament langstlevende

      De langstlevende echtgenoot krijgt de eigendom van alle goederen van de nalatenschap of erfenis. Kinderen krijgen alleen een vordering op de langstlevende ouder. Pas na het overlijden van de langstlevende ouder krijgen de kinderen het eigendom van de nalatenschap.

    • Testateur

      De persoon die een testament heeft laten maken.

    • Toekomstig goed

      Een goed dat nog niet bestaat. Bijvoorbeeld: de auto die gekocht is, wordt nog gemaakt.

    • Toerekenbare tekortkoming

      Hiervan is sprake als een schuldenaar zijn of haar verplichting uit een overeenkomst niet of maar gedeeltelijk nakomt. De reden van niet nakoming moet de schuldenaar ook toe te rekenen zijn, het moet in zijn risicosfeer liggen. Ook wel wanprestatie genoemd.

    • Total loss

      De situatie waarin de reparatiekosten van een zaak (bijvoorbeeld auto) hoger zijn dan de dagwaarde minus de restwaarde. De zaak (auto) wordt dan total loss verklaard.

    • Transactie (strafrechtelijk)

      Een door de officier van justitie of politie voorgestelde boete voor (kleine) misdrijven of overtredingen. De verdachte wordt na betaling van de boete niet meer vervolgd.

    • Transactievoorstel

      Een voorstel van de officier van justitie of politie om een verdachte niet meer te vervolgen als deze een boete betaalt.

    • Transportakte

      Door de notaris opgestelde akte waarin vastgelegd wordt dat de eigendom van een registergoed (huis, vliegtuig, schip) van de ene partij op de andere wordt overgedragen. De transportakte wordt door de notaris ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster.

    • Trust

      Een rechtsvorm waarbij een persoon zijn of haar vermogen onder bepaalde voorwaarden door een ander laat beheren.

    • Trustee

      De persoon die het vermogen in een trust beheert.

    • Tussenvonnis

      Het vonnis waarin de rechter vóór het eindvonnis een bijeenkomst van partijen beveelt.

    • Tweede aanmaning

      Als een schuldenaar na de eerste schriftelijke waarschuwing nog niet betaalt, kan de schuldeiser een tweede en laatste schriftelijke waarschuwing sturen voordat hij of zij een incassobureau inschakelt.

  • Terug naar boven

  • U

    • Uitdrukkelijke aanvaarding

      In tegenstelling tot de stilzwijgende aanvaarding van een aanbod, wordt hier duidelijk aan de andere partij meegedeeld dat het aanbod wordt geaccepteerd.

    • Uiterste wil

      Een door een notaris opgesteld schriftelijk stuk waarin een natuurlijk persoon laat weten wat er na zijn dood met zijn of haar bezittingen moet gebeuren. Ook wel testament genoemd.

    • Uitvoerbaar bij voorraad

      Een vonnis kan onmiddellijk uitgevoerd worden zonder de uitspraak in hoger beroep af te wachten.

    • Uitzendkracht

      Een natuurlijk persoon die door een uitzendbureau voor een bepaalde tijd tegen betaling aan een bedrijf of onderneming uitgeleend wordt om daar te werken.

  • Terug naar boven

  • V

    • Van rechtswege

      Een gevolg dat automatisch intreedt op grond van de wet als aan bepaalde voorwaarden voldaan is.

    • Vaststellingsovereenkomst

      Een schriftelijk stuk waarin partijen een aantal afspraken vastleggen om een geschil of kwestie te beëindigen. Zie ook dading en schikking.

    • Vennootschap

      De inrichting of organisatie van arbeid en kapitaal dat gericht is op het maken van winst.

    • Vennootschap onder firma

      Het onder gemeenschappelijke naam voeren van een bedrijf of onderneming door natuurlijke- of rechtspersonen. Een vennootschap onder firma (VOF) zelf is geen rechtspersoon.

    • Vennootschapsbelasting

      De directe belasting op de winst die naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen, coöperatieve verenigingen, onderlinge verzekeringsmaatschappijen en andere rechtspersonen moeten betalen aan de belastingdienst.

    • Verbintenis

      De verplichting die voortkomt uit de wet of uit een overeenkomst om iets te doen of na te laten. Bijvoorbeeld: de verbintenis van een koper om aan de verkoper de koopprijs te betalen.

    • Vereffening

      De afwikkeling/afhandeling van een faillissement of het opheffen van een onderneming door alle goederen (inventaris, auto's) te verkopen.

    • Vereniging

      Een rechtspersoon met leden die op een bepaald doel gericht is. Bijvoorbeeld: sportvereniging, muziekvereniging.

    • Vereniging van Eigenaren

      Deze rechtspersoon behartigt de belangen van leden die een appartementsrecht hebben in een gebouw (eigenaren van koopflats of woningen). Een Vereniging van Eigenaren maakt namens de leden afspraken over groot onderhoud en schoonmaken van de algemene ruimten en kan zorgen voor het innen van stook- en servicekosten.

    • Vergunning

      Een machtiging om iets te doen of iets niet te doen.

    • Verhalen

      Iets terugvorderen. Bijvoorbeeld een geldbedrag.

    • Verjaring

      Na het verstrijken van een verjaringstermijn heb je geen recht meer om je vordering af te dwingen. Dit geldt slechts als een partij hier een beroep op doet. Een rechter mag verjaring niet ambtshalve toewijzen. Er blijft wel een zogenaamde morele verplichting bestaan om de vordering te betalen maar het juridisch afdwingen van betaling is niet meer mogelijk.

    • Verkoopbevestiging

      De verkoop van een zaak schriftelijk bevestigen. Dit is het bewijs dat de verkoop heeft plaatsgevonden.

    • Verlies arbeidsvermogen

      Verlies van inkomen door (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.

    • Verlies zelfwerkzaamheid

      Door bijvoorbeeld een ongeval niet meer in staat zijn om te klussen in en rondom het huis. Voor deze klussen maak je kosten vanwege het inschakelen van een aannemer.

    • Vermeerdering van eis

      Het verhogen van de oorspronkelijke eis tijdens de rechtszaak.

    • Vermogen

      Dit zijn alle bezittingen en schulden van een natuurlijk- en rechtspersoon.

    • Vermogensrecht

      Het gedeelte van het burgerlijk recht waarin regels zijn beschreven over vermogensbestanddelen (eigen woning, auto, spaartegoeden, aandelen). De twee belangrijkste onderdelen van het vermogensrecht zijn het goederenrecht en het verbintenissenrecht.

    • Verpanding

      Het in onderpand geven van een zaak (auto, boot) aan een schuldeiser om terugbetaling van de schuld te garanderen.

    • Verpanding inventaris

      Het in onderpand geven van bedrijfsinventaris en bedrijfsuitrusting. Hier vallen in ieder geval onder: machines, installaties, werktuigen, gereedschappen, auto's en ander rollend materieel, telecommunicatie-, kantoor- en computerapparatuur inclusief software.

    • Verpanding voorraden

      Het in onderpand geven van alle bedrijfs- en handelsvoorraden. Hier vallen in ieder geval onder: bedrijfsgebouwen en bedrijfsterreinen, producten, grondstoffen en halffabrikaten.

    • Verpanding vorderingen

      Een schuldeiser (pandgever) verpandt zijn vordering (bijvoorbeeld een geldlening) op een schuldenaar aan een derde. Deze derde wordt pandhouder van de vordering. Hij kan zijn vordering op de pandgever (schuldeiser) ontvangen via de schuldenaar.

    • Verplichte procesvertegenwoordiging

      Bij de rechtbank, het hof en de Hoge Raad mogen partijen niet zelf optreden. Zij moeten zich laten vertegenwoordigen door een advocaat of procureur.

    • Verrekening

      Als A een vordering heeft op B en andersom, kunnen beiden deze schulden met elkaar verrekenen, mits er een verhouding tussen beide vorderingen bestaat.

    • Verschuldigde rente

      De vergoeding voor het lenen van geld.

    • Verstek

      Het niet verschijnen van een gedaagde in een rechtszaak. De gedaagde laat verstek gaan. De rechter wijst de eis van de eisende partij dan meestal toe.

    • Vertragingsrente

      De rente die je moet betalen als je een schuld te laat (vertraagd) hebt betaald.

    • Vervaldatum

      De datum waarop een periode (termijn) eindigt.

    • Vervaltermijn

      Een vervaltermijn is een termijn waarna bepaalde rechten vervallen.

    • Verweerder

      De gedaagde in een verzoekschriftprocedure.

    • Verweermiddelen

      Middelen of bewijs waarmee de gedaagde zich verweert (verdedigd) tegen de eis van de wederpartij.

    • Verzekerde

      Degene die door het verzekeringsrisico wordt gedekt. Bijvoorbeeld degene waarvan het leven is verzekerd bij een levensverzekering.

    • Verzekerde som

      Het bedrag dat je maximaal krijgt (wordt uitgekeerd) op basis van een verzekeringspolis.

    • Verzekeringgever

      De verzekeringgever (verzekeraar) is degene die de verzekering geeft en het overeengekomen risico dekt. De verzekeringgever staat op de polis. Je krijgt de polisvoowaarden van de verzekeringgever.

    • Verzekeringnemer

      Degene die de verzekering afsluit. Hij is de eigenaar van het contract en betaalt de premies. De verzekeringnemer is niet altijd dezelfde persoon als de verzekerde.

    • Verzet

      Als een gedaagde niet verschijnt in een rechtszaak veroordeelt de rechter deze partij “bij verstek” (afwezigheid). De gedaagde kan tegen deze uitspraak in verzet komen. Het gerecht dat het verstekvonnis heeft gegeven behandelt de zaak.

    • Verzoek

      Een vraag om iets te doen of te laten. Bijvoorbeeld een gerechtelijk verzoek om een lening terugbetaald te krijgen.

    • Verzoekschrift

      Schriftelijk stuk waarmee je verzoekschriftprocedure start. Een verzoekschrift lijkt op een dagvaarding. De wet bepaalt of een rechtszaak start met een verzoekschrift of met een dagvaarding.

    • Verzuim

      Als een schuldenaar zijn of haar schuld niet of niet op tijd betaalt, is hij of zij in verzuim. Er is sprake van verzuim als de termijn waarbinnen de schuldenaar moest betalen, is verstreken. De schuldenaar is ook in verzuim als de schuldeiser hem of haar schriftelijk in gebreke stelt en de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn gehoor geeft aan de vordering.

    • Verzuimdatum

      De datum waarop blijkt dat de schuldenaar zijn of haar schuld niet voldoet. Dit is meestal de datum waarop de termijn voor bijvoorbeeld betaling van de schuld verstreken is.

    • Veto

      Verbod om een besluit uit te voeren. Met een veto wordt een voorstel tegengehouden, verboden.

    • Vetorecht

      Het recht dat iemand heeft om iets te verbieden. Met een veto wordt een voorstel tegengehouden, verboden.

    • Voeging

      Het samenvoegen van twee of meer rechtszaken die tussen dezelfde partij en over hetzelfde onderwerp gaan. In het strafrecht wordt de term voeging gebruikt voor de mogelijkheid die een benadeelde heeft om zijn (civiele) schade aan de strafrechter voor te leggen in de strafzaak tegen de dader.

    • Volgestorte aandelen

      Aandelen waarvan de (nominale) waarde is gestort in de kas van het bedrijf.

    • Volmacht

      Meestal een schriftelijke verklaring waarin iemand een ander de bevoegdheid geeft om bepaalde (rechts) handelingen namens hem of haar uit te voeren.

    • Vonnis

      Een rechterlijke uitspraak.

    • Voogd

      Een persoon of instelling die verantwoordelijk is voor een minderjarige en zijn of haar bezittingen en schulden.

    • Voogdij

      De verantwoordelijkheid voor een minderjarige en zijn of haar bezittingen en schulden als de ouders zijn overleden of niet in staat zijn om voor het minderjarige kind te zorgen.

    • Voorlopig getuigenverhoor

      Een getuigenverhoor dat wordt afgenomen om te bepalen of er voldoende bewijs is om een rechtszaak te starten of om te voorkomen dat bewijsmateriaal kwijtraakt.

    • Voorlopige koopakte

      Een schriftelijke overeenkomst over de koop van een huis. Het woord “voorlopig” is misleidend want de koop is door het ondertekenen van de overeenkomst al definitief. De koop moet alleen nog bevestigd worden met een door de notaris opgestelde transportakte.

    • Voorlopige koopovereenkomst

      De koper van een huis heeft na ontvangst van de koopovereenkomst nog drie dagen bedenktijd. Tijdens deze bedenktijd heeft de overeenkomst een voorlopig karakter. Daarna is de koopovereenkomst definitief en wordt bij de notaris het eigendom van het huis overgedragen aan de koper door het ondertekenen van de transportakte.

    • Voorlopige voorziening

      Een tijdelijke beslissing van een rechter in spoedeisende rechtszaken die geldig is totdat er een definitieve uitspraak is.

    • Voorrang (recht van)

      Het recht op voorrang dat een partij heeft als bijvoorbeeld pandhouder of hypotheekhouder bij het innen van vorderingen. Bijvoorbeeld: in een faillissement heeft de schuldeiser met een pandrecht voorrang boven een schuldeiser met een vordering zonder pandrecht.

    • Voorschot onder algemene titel

      Een voorschot op de totale schadevergoeding waarbij pas op een later moment gekeken wordt of het een vergoeding is van materiële schade (kapotte spullen) of immateriële schade (ergernis, ongemak).

    • Voortzettingbeding

      Een bepaling in een overeenkomst waarin beschreven is dat bij een geschil de onderhandelingen worden voortgezet totdat er een oplossing is gevonden.

    • Vorderingen

      Alles wat een persoon van een ander eist. Ook wel schulden genoemd.

    • Vrij op naam

      Vrij op naam betekent dat de kosten voor een notaris, overdrachtsbelasting en kadastrale kosten in de koopsom zitten. Deze kosten zijn dus voor rekening van de verkoper.

    • Vrijblijvend

      Zonder tot iets verplicht te zijn.

    • Vrije beroepsbeoefenaar

      Een persoon die zelfstandig voor eigen rekening en risico een beroep uitoefent.

    • Vrijwaren, Garanderen.

      De ene partij geeft de garantie aan de andere partij om in de toekomst optredende gebreken te herstellen. Bijvoorbeeld: de verkoper verplicht zich om gebreken aan een product te repareren.

    • Vruchtgebruik

      Het recht om het eigendom van een ander te mogen gebruiken en daarvan de “vruchten” te mogen plukken. Bijvoorbeeld: het vruchtgebruik van een geldsom geeft de vruchtgebruiker het recht op de rente over de geldsom.

    • Vuistpand

      Het pandrecht waarbij de verpande roerende zaak (voorraden en bedrijfsinventaris) bij de schuldenaar (pandgever) worden weggehaald. Dit pandrecht op vorderingen wordt ook wel openbaar pandrecht genoemd.

    • Vuistpandrecht op vorderingen

      De verpanding van een vordering die de pandgever op een derde heeft aan de pandhouder is openbaar omdat de derde informatie ontvangt over de verpanding. De pandhouder krijgt met de verpanding de zekerheid dat zijn of haar vordering op de pandgever geïnd kan worden. Ook wel openbaar pandrecht genoemd.

  • Terug naar boven

  • W

    • Waarborg

      Een vorm van zekerheid.

    • Waarborgsom

      Een in onderpand gegeven geldsom waarmee de houder van het onderpand schade kan betalen. De schade moet dan wel veroorzaakt zijn door de partij die de waarborgsom gegeven heeft. Bij verhuur van woningen wordt vaak een waarborgsom gevraagd.

    • Waardepapieren

      Een papier met geldwaarde. Voorbeelden zijn: bankbiljetten, cheques, effecten.

    • Wachttijd

      De tijd die na het afsluiten van een verzekering moet zijn verstreken om in aanmerking te komen voor een schade-uitkering als gevolg van een ongeluk of andere schadegebeurtenis.

    • Wanprestatie

      Ook wel toerekenbare tekortkoming genoemd. Hiervan is sprake als een schuldenaar zijn of haar verplichting uit een overeenkomst niet of maar gedeeltelijk nakomt.

    • WAO

      Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De WAO is afgeschaft per 1 januari 2006. Zie: WIA.

    • Wederpartij

      Tegenpartij, de andere (proces)partij.

    • Werkgever

      Persoon of instantie die werk geeft en werkkrachten in dienst heeft.

    • Werkgeversverklaring

      Schriftelijk stuk waarin de werkgever bevestigt dat een werknemer voor bepaalde of onbepaalde tijd in dienst is. Een werkgeversverklaring wordt meestal gevraagd door partijen die leningen geven aan werknemers.

    • Werknemer

      Iemand die in dienst van een ander werk verricht. Ook wel genoemd een medewerker of personeel.

    • Wettelijke aansprakelijkheid

      De verplichting om schade te vergoeden volgens de wet.

    • Wettelijke garantie

      Deze garantie houdt in dat een product moet voldoen aan de verwachtingen die een koper hiervan mag hebben. Als er binnen zes maanden na de koop een gebrek ontstaat aan het product, gaat de wet ervan uit dat het product op moment van aankoop al niet voldeed aan de overeenkomst. De verkoper moet dan bewijzen dat het product wel voldoet of de koper een schadevergoeding betalen.

    • Wettelijke rente

      De rente die betaald moet worden als een geldschuld te laat wordt voldaan en de termijn waarbinnen de schuldenaar moest betalen voorbij is. Bijvoorbeeld door na twee betalingsherinneringen niet binnen de gestelde termijn te betalen.

    • WIA

      Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Per 1 januari 2006 in werking getreden ter vervanging van de WAO.

    • Wilsgebrek

      Hiervan is sprake als een overeenkomst tot stand is gekomen zonder dat de betrokken partij(en) dit eigenlijk wilde(n). Dwaling, dwang, bedrog en misbruik van omstandigheden zijn de oorzaak van wilsgebreken. Bijvoorbeeld een persoon die onder dwang zijn of haar handtekening onder een contract zet.

    • Wilsovereenstemming

      Als een partij het bod of aanbod van een andere partij aanvaardt (accepteert), is er sprake van wilsovereenstemming en komt een overeenkomst tot stand.

    • Winst

      Een financieel voordeel dat verkregen wordt door ondernemersactiviteiten.

    • Wissel

      Een schriftelijke opdracht van een schuldeiser aan een schuldenaar om een bepaald bedrag op een bepaalde tijd en plaats aan een bepaald persoon te betalen. In Nederland worden nauwelijks meer wissels gebruikt.

    • Woonplaats

      De plaats waar een natuurlijk persoon woont en ingeschreven is in het bevolkingsregister. Voor een rechtspersoon geldt als woonplaats de plaats waar de onderneming staat ingeschreven in het handelsregister.

  • Terug naar boven

  • Z

    • Zaaksvorming

      Er is sprake van zaaksvorming als van meerdere zaken één nieuwe zaak wordt gevormd.

    • Zakelijk recht

      Alle rechten op een zaak. Voorbeelden hiervan zijn: eigendom van een huis, recht van hypotheek, vruchtgebruik.

    • Zekerheden

      Een verzamelnaam voor verschillende manieren waarop een schuldenaar de garantie aan een schuldeiser geeft dat zijn of haar schuld voldaan wordt. Bijvoorbeeld: pandrecht en hypotheek.

    • Zekerheidsrecht

      Het recht dat de schuldeiser van de schuldenaar krijgt om betaling van een schuld te garanderen. Bijvoorbeeld: pandrecht en hypotheek.

    • Zelfstandigenaftrek

      Een onderdeel van de ondernemersaftrek. De zelfstandigenaftrek geldt voor ondernemers die aan het begin van het kalenderjaar tussen de 18 en 65 jaar zijn en minimaal 1225 uur gewerkt hebben in hun bedrijf.

    • Zetel

      De plaats waar een onderneming of bedrijf gevestigd is.

    • Zitting

      Een behandeling van een rechtszaak waarbij mondelinge toelichting plaatsvindt.

    • Zuivere splitsing

      Hiervan is sprake als de ene rechtspersoon ophoudt te bestaan en alle bezittingen en schulden in handen komen van een andere rechtspersoon. Bijvoorbeeld bij een fusie van twee bedrijven.

    • Zuiveren

      Bijvoorbeeld bij een hypotheek op een huis: het laten vervallen van alle hypotheken na verkoop van het huis.

  • Terug naar boven

^ Naar boven